Het album "Born Under a Bad Sign" van Albert King zal de geschiedenis ingaan als een mijlpaal in de bluesmuziek. Alom wordt dit album beschouwd als de introductie van de blues bij een breder publiek. De blues wordt toegankelijk en blijft niet meer hangen in obscuriteit. Kortom: "Born Under a Bad Sign" is de eerste stap naar de moderne blues. Daarnaast wordt op dit album een cross-over geïntroduceerd tussen blues en soul. Mede door het feit dat Booker T. & The MG's als begeleidingsband van Albert King fungeren. Deze band was destijds de huisband van het legendarische soullabel Stax.
Albert King is een opvallende verschijning. Een grote donkere man, vaak gekleed in een driedelig kostuum. Hij rookt de pijp, ook tijdens het spelen en hij hanteert een Gibson Flying V gitaar. Vrij opvallend voor het genre. Nog een opvallend detail is dat Albert King linkshandig is, en dat zijn snaren zo op de gitaar zijn geplaatst alsof je een rechtshandige gitaar hebt omgedraaid, dus de dikke snaren onder en de dunne snaren boven (precies andersom dan gebruikelijk). Ik krijg de indruk dat deze manier van spelen hem een specifiek geluid meegeeft. Artiesten als Eric Clapton, Stevie Ray Vaughan en Jimi Hendrix hebben verklaard beïnvloedt te zijn door het spel van Albert King.
"Born Under a Bad Sign" bevat ten minste vier moderne bluesklassiekers te weten het gelijknamige titelnummer (Cream heeft dit nummer mede groot gemaakt), "Oh Pretty Woman" (zeer verdienstelijk gecoverd door Gary Moore), "The Hunter" en "Crosscut Saw". Als je daarbij de tracks "Personal Manager" en "Laundromat Blues" aan toevoegt heb je de muzikale identiteit en erfenis van Albert King te pakken.
In de jaren 60 heeft Albert King vele opnames gemaakt, maar ze sloegen nooit echt aan. Des te opvallender is het dat juist een album als "Born Under a Bad Sign" zo'n grote invloed heeft gehad en dat deze plaat is opgenomen in de Blues Hall of Fame als "Classic of Blues Recordings". De sleutel tot dit succes ligt hem volgens mij in de combinatie tussen Albert King en Stax en dan de begeleidingsband op deze plaat in het bijzonder. Alle songs op deze plaat zijn raak, de instrumentatie is rijk (ook doordat de blazers sectie "The Memphis Horns" op deze plaat meespeelt), Albert King speelt dynamisch en de zuidelijke funk en soul van Booker T. & the MG's maken het plaatje compleet. "Born Under a Bad Sign" is de perfectie introductie tot de blues en ik ben er bijna van overtuigd dat het je niet meer los zal laten.
zondag 20 mei 2012
woensdag 25 april 2012
Johnny Winter - The Progressive Blues Experiment (1968)
Johnny Winter is een opvallende verschijning. Hij is geboren met albinisme, waardoor zijn bleke huid en witte haren onmiskenbaar zijn. Los hiervan is Winter een levende legende. Hij heeft meerdere Grammy's gewonnen, is opgenomen in de blues hall of fame en staat bekend als een van de honderd beste gitaristen allertijden. Voor mij is Winter de grondlegger van de bluesrock. Middels zijn fantastische plaat "The Progressive Blues Experiment" zette hij de standaard voor alles wat het bluesrock genre daarna te bieden had. Op deze revolutionaire plaat combineert Winter blues met rock tot een aanstekelijke en energieke mix. Winter speelt fantastisch gitaar. Het is overduidelijk blues, maar hij voegt er iets extra's aan toe. Wat dat dan is, is moeilijk uit te leggen. Zijn gitaartonen pakken je direct bij je keel en sleuren je mee gedurende de hele plaat. Het laat je niet meer los. Alle bekende blueslicks komen voorbij; smaakvol, fel, venijnig, scheurend, hard, zacht. Hij zet de meeste covers op deze plaat gemakkelijk naar zijn hand. Winter blijft het origineel respecteren, maar overgiet het geheel met een flinke dosis adrenaline.
De plaat is live opgenomen, en die dynamiek en energie hoor je terug op de plaat. Winter wordt hier begeleid door Uncle John Turner op drums en percussie, en Tommy Shannon op bas. Deze laatste zou later deel gaan uitmaken van het legendarische begeleidingsduo van Stevie Ray Vaughan, Double Trouble. Naast het spelen van gitaar, neemt Winter ook de zang voor zijn rekening. Is Johnny Winter een goede zanger? Nee eigenlijk niet. Is dat erg? Wederom is het antwoord nee. Alle aandacht op deze plaat gaat uit naar het fenomenale spel van Winter op de zes snaren.
Hoogtepunten op deze plaat zijn "It's Your Own Fault" van B.B. King en het groovende, swingende en meeslepende "Tribute to Muddy", waarin Johnny Winter zijn grote held en voorbeeld Muddy Waters eert. "The Progressive Blues Experiment" is een rauwe rockende bluesplaat, waarop zeker voor die tijd afgeweken wordt van de vereffende bluespaden. Hier refereert de titel ook aan. Ook waren voor mij de eerste paar luisterbeurten best lastig, maar op een gegeven moment vallen alle puzzelstukjes op zijn plaats. Het paste zelfs zo goed, dat de "The Progressive Blues Experiment" een plekje heeft verworven in mijn persoonlijke top 10.
woensdag 18 april 2012
The Paul Butterfield Blues Band - The Resurrection Of Pigboy Crabshaw (1967)
Wederom een persoonlijk hoogtepunt uit de bluesgeschiedenis, deze plaat van The Paul Butterfield Blues Band. Los van de muziek heeft ook deze plaat een geweldige titel en hoes. Zoals wel vaker in de blues, zit hier weer een mooi verhaal achter, maar daarover later meer. Paul Butterfield is een Amerikaanse blueszanger en harmonicaspeler en heeft nog op het legendarische Woodstock festival gespeeld. Vanwege zijn fascinatie voor de blues zocht Butterfield in zijn jeugd contact met zwarte Amerikaanse bluesmuzikanten als Muddy Waters, Howlin' Wolf, Little Walter en Otis Rush.In de beginjaren 60 richtte Butterfield zijn gelijknamige bluesband op. Op de eerste platen was een typisch Chicago bluesgeluid te horen. Op deze platen werkte Butterfield samen met de gitaristen Mike Bloomfield (lead) en Elvin Bishop (rhythm). "The Resurrection Of Pigboy Crabshaw" laat echter een ander geluid horen. Het is nog steeds onvervalste blues, maar het geluid wordt verrijkt met invloeden uit de rhythm & blues en soul. Dit komt vooral door het gebruik van een geweldige blazerssectie. De kale rauwheid is hierdoor minder, de nummers klinken warmer en het mooie harmonicaspel van Butterfield komt mijn inziens zo beter tot zijn recht.
Door het gebruik van een rijkere instrumentatie klinken de nummers voller en krijgen klassiekers als "Driftin' and Driftin'", "Born Under a Bad Sign", en "Double Trouble" een frisse klank. Het klinkt warmer, maar tegelijk ook soms dreigend, spannend en meeslepend. Ook de eigen geschreven nummers zijn van buitengewone klasse. De gehele plaat ademt dezelfde sfeer uit zonder dat het eentonig begint te klinken. Steeds net weer een ander arrangement, ritme of variatie in het gebruik van instrumenten.
Dan nu de titel. Wie is toch in godsnaam Pigboy Crabshaw? Het blijkt een bijnaam te zijn van gitarist Elvin Bishop. Speelt hij dan een hoofdrol op deze plaat? Ja en nee. Immers is het geen gitaargedreven plaat, maar is het meer het totale bandgeluid wat me aanspreekt. De term "resurrection" in de titel verwijst naar het feit dat Bishop deze plaat geen rhythm maar lead gitaar speelt. Leadgitarist Bloomfield had inmiddels de band verlaten. Bishop's gitaarspel kreeg daardoor een prominentere rol, en hij kon nu eens in de spotlight staan, aangezien deze plek eigenlijk altijd door Bloomfield werd ingenomen. Overigens speelt Bishop op deze plaat helemaal in dienst van de nummers en verzandt zijn spel niet in egotripperij. Middels mooie, maar ingetogen solo's laat Bishop horen dat hij een uitstekende gitarist is.
Deze plaat geniet wellicht geen grote bekendheid, maar dat verdient hij mijn inziens wel. Ik vind dat Butterfield voor een in die tijd originele benadering van de blues kiest. Daarnaast krijgt Elvin Bishop de waardering die hij naar mijn mening verdient met zijn "resurrection".
zondag 8 april 2012
Junior Wells - Hoodoo Man Blues (1965)
"Hoodoo Man Blues" is een klassieker in de Chicago Blues. Dit is des te opmerkelijker als je beseft dat deze plaat het debuutalbum is van Junior Wells. Voor een beginnende artiest kreeg Junior Wells bijna volledige artistieke vrijheid bij de totstandkoming van deze plaat. Dit had hij te danken aan Bob Koester, oprichter van Delmark Records. Hij was dermate onder de indruk van Junior Well's muzikale kwaliteiten dat hij het artistieke belang boven dat van de commercie stelde. Dit vertrouwen resulteerde in een voor die tijd innovatief bluesalbum.Wat voor mij "Hoodoo Man Blues" speciaal maakt is dat Junior Wells met zijn band in staat is een ongekende spanning op te bouwen met een beperkt aantal akkoorden. En dat niet in slechts een paar nummers, maar gedurende het hele album. De band is overigens fantastisch en bestaat naast Junior Wells op zang en harmonica uit Jack Myers op bas, Bill Warren op drums en een jonge Buddy Guy op gitaar en zang.
Wat me opvalt aan het spel van Buddy Guy op deze plaat is dat er praktisch geen gitaarsolo is te horen. Dat is vrij uitzonderlijk voor de blues, waar de gitaar toch een prominente rol speelt. In het geval van "Hoodoo Man Blues" draagt het bij aan de spanning. Iedere keer als je denkt dat Buddy Guy een gitaarsolo gaat inzetten komt hij met een nieuwe riff, een ander ritme, een hook of een brug. Zijn spel is melodisch en in combinatie met het ingetogen, sfeervolle en warme harmonica geluid van Junior Wells geeft het deze plaat een broeierige en rokerige Chicago juke joint sfeer. Naast de technische klasse van de muzikanten is de timing ook grandioos. "In the Wee Small Hours of the Morning" is daar het mooiste voorbeeld van.
Gezien de klassieke status van deze bluesplaat gaan er opmerkelijke anekdotes rond over de totstandkoming van dit album. Een daarvan verhaalt dat de versterkers van Buddy Guy regelmatig dienst weigerden, waardoor zijn gitaar versterkt moest worden door een versterker die normaalgesproken voor een Hammond orgel werd gebruikt. Deze ongebruikelijke set-up schijnt bij te dragen aan de specifieke sound van deze plaat.
Een andere anekdote vind ik persoonlijk de mooiste. Zoals gezegd kreeg Junior Wells grote artistieke vrijheid en hij mocht dus ook zijn eigen muzikanten kiezen. Zijn keuze voor Buddy Guy lag gevoelig, omdat algemeen werd aangenomen dat Guy gelieerd was aan het concurrerende Chess label. Daarom werd Buddy Guy ten tijde van de eerste release niet bij naam genoemd op de credits, maar werd hij aangeduid als "Friendly Chap". Dit was een suggestie van Peter Brown (de latere oprichter van Down with the Game Records in Engeland), die later zijn suggestie als volgt verklaarde: "a buddy is a friend, a guy is a chap". Meer heb ik hier niet aan toe te voegen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
