maandag 9 juli 2012

Concertverslag North Sea Jazz 2012



In 2011 heb ik voor het eerst North Sea Jazz bezocht. Dat is mij dermate goed bevallen dat ik ook in 2012 weer drie dagen lang ga genieten van jazz is de breedste zin van het woord. Op North Sea Jazz is het namelijk lang niet alleen jazz wat de klok slaat. Ook invloeden uit blues, soul, hip-hop, funk en disco passeren de revue, en dit maakt North Sea Jazz tot een van de meest gevarieerde festivals in Nederland. 


Voor wie North Sea Jazz niet kent: over verschillende locaties verspreid over sportpaleis Ahoy en het aangrenzende conferentiecentrum treden nationale en internationale artiesten op. De diverse zalen zijn vernoemd naar rivieren. Zo heb je de Amazon, Hudson, Nile, Maas, Congo, Mississippi, etc. Het programma is overvol en de optredens vinden in overlap plaats. Dit betekent dat je helaas niet alles in zijn geheel kunt zien en dus een keuze moet maken. Hieronder daarom een korte impressie van de persoonlijke hoogtepunten per dag.

Dag 1: vrijdag 6 juli
Na aankomst heb ik eerst genoten van een maaltijd. In tegenstelling tot de meeste grote festivals beperkt het assortiment van North Sea Jazz zich niet tot junkfood en kun je kiezen voor uiteenlopende gevarieerde maaltijden. Een prima begin! Rond 17:45 trapt John Hiatt and the Combo af in de Nile. John Hiatt is zo'n artiest die we allemaal wel kennen en is het meest bekend van de wereldhit "Have a Little Faith in Me" (die hij overigens niet speelde). Maar luisterend en kijkend naar deze vakman besef je dat Hiatt meer bekende nummers heeft geschreven dan dat je in eerste instantie beseft. Het is daarom enerzijds een feest der herkenning en anderzijds komen er een aantal smakelijke verrassingen voorbij. Het eerste herkenningspunt is het nummer "Tennessee Plates" die ik vooral ken van de samenwerking tussen Hiatt en Joe Bonamassa op laatstgenoemde plaat "Dust Bowl". Het origineel van Hiatt klinkt toch anders en is meer country georiënteerd. Een ander hoogtepunt is het broeierige en emotionele relaas "Down Around my Place" dat verhaalt over de overstromingen in Nashville enkele jaren geleden. Het is doodstil in de zaal als Hiatt zijn schorre, doorleefde maar o zo treffende, diepe en warme stem over de menigte uitgiet. Kippenvel! De uitsmijter en het finalenummer was van absolute klasse. Het nummer "Riding with the King" schreef Hiatt al 28 jaar geleden en is toen iedereen ontgaan. Echter het nummer werd in het begin van het millennium opgenomen door Eric Clapton en B.B. King en kreeg toen bekendheid. De uitvoering die Hiatt en zijn band hier tentoonspreidt was werkelijk fenomenaal. Eigenlijk representeert dit nummer de sound van Hiatt: zompige rock met invloeden uit de blues en country. Een geweldige opening van de eerste avond!

Van Morrison sla ik over. Ik ben daar niet zo weg van. Het overbekende "Brown-eyed Girl" is nog wel aardig, maar als ik bijvoorbeeld naar zijn plaat "Astral Weeks" luister word ik direct depressief. Achteraf een goede keuze blijkt, want Van Morrison had veel problemen met het zaalgeluid en zijn instrumenten. Nee, ik kies voor soulbelofte Michael Kiwanuka. Zijn plaat "Home Again" is een van de verrassingen van 2012. Kiwanuka en zijn band spelen in de Maas. Aangezien dit de grootste zaal is had ik even mijn twijfels of zijn intieme soul-muziek hierin zou passen. Maar wonderwel weet Kiwanuka de intimiteit van zijn liedjes over te brengen in deze ambiance. Zijn stem is warm en heel diep. Vergelijkingen met Bill Withers en Marvin Gaye zijn al snel gemaakt. Waar zijn liedjes op de plaat ingetogen en sober klinken, zijn de liveuitvoeringen met zijn fantastische band een stuk voller van geluid. Het tempo ligt ook iets hoger en dat komt het optreden ook ten goede. Ik geniet van dit optreden en ik voorspel een grote toekomst voor deze jongen. Het afsluitende nummer is een moddervette funkexplosie. Heerlijke show!

Caro Emerald heb ik al meerdere malen live gezien. Hoewel ze een uitstekende band heeft en een prima optreden kan neerzetten kies ik voor een ander optreden. Ik wil het liefst artiesten zien die ik nog niet eerder heb mogen aanschouwen. Ik ga voor Trombone Shorty & Orleans Avenue. Dit bonte gezelschap uit New Orleans stond in 2011 ook al op North Sea Jazz. Toen heb ik ze niet gezien, want ik koos toen voor Tedeschi Trucks Band om te bekijken. De reputatie van Trombone Shorty snelde zich vooruit want ik hoorde dat het een spetterend en energiek optreden was. Nou ook op North Sea Jazz 2012 maakt hij dat volledig waar. De opening is een beetje verwarrend. De band komt zonder Trombone Shorty het podium op en zet de intro van het eerste nummer in. Tot mijn verbazing hoor ik de gitarist een riff produceren die nog het meest lijkt op het gitaarwerk van Slash in zijn beste tijd. Ik had een totaal andere verwachting, maar als vervolgens de blazers, de drums en percussie en Shorty zelf de Trombone hanteert ontstaat er een energieke, dampende en stampende mix van rock en funk gestoeld uit de beste tradities uit New Orleans. De volledige Maas gaat uit zijn dak en Shorty is naast een fantastische muzikant ook een begenadigd showman en wimpelt het publiek met het grootste gemak om zijn vingers. Erg vermakelijk om te zien. Dat Shorty ook zijn klassiekers kent blijkt uit een fantastische uitvoering van de Ray Charles evergreen "I Got a Woman". Een minutenlange funkexplosie. In het afsluitende nummer ontstaat het meest memorabele moment van de avond. Tijdens het nummer (ja tijdens) wisselen alle muzikanten van instrument. Shorty verruilt zijn trombone voor de drums, de drummer hanteert de gitaar, de gitarist hanteert de saxofoon , de saxofonist pakt de bas, de de bassist speelt de trompet en de tweede saxofonist bespeelt de trombone. Op deze verrassende maar fantastische wijze sluiten Trombone Shorty en zijn Orleans Avenue de show af. Memorabel!

Op naar de Congo voor Spectrum Road. Dit is een super formatie bestaande uit Jack Bruce (zang/bas, van Cream), Cindy Blackman Santana (drums en vrouw van Carlos Santana), Vernon Reid (zang/gitaar, van Living Colour) en John Medeski (toetsen). Deze band produceert een geluid dat nog het beste valt te omschrijven als een fusion tussen rock, jazz en psychedelica. Eerlijk gezegd moet ik toegeven dat het nogal een overrompelend begin was en dat het best moeilijk was om naar te kijken en te luisteren. Spectrum Road produceert moeilijke complexe muziek met tegendraadse ritmes. Maar naar verloop van tijd begint het op me in te werken. Het baswerk van Bruce is stuwend, funky en groovend. Cindy Blackman Santana gaat tekeer op het drumstel alsof haar leven er vanaf hangt. Gitarist Vernon Reid speelt furieus, snel maar uiterst smaakvol. Tenslotte maakt John Medeski het geluidsplaatje compleet met zijn psychedelische klanken uit de orgel. Ik zou niet snel een plaat van Spectrum Road kopen, maar gezien de techniek, vakmanschap en spelplezier van het gezelschap was het een uiterst genietbaar en indrukwekkend schouwspel.

Tot zover een impressie van de eerste dag . Op naar dag twee met in ieder geval Heritage Blues Orchestra, Taj Mahal en Robert Cray.

Dag 2: zaterdag 7 juli
De zaterdag is de dag van de blues, althans voor mij. Als ik het parkeerterrein van Ahoy op kom rijden hoor ik al klanken van de Heritage Blues Orchestra tijdens het soundchecken. Dit belooft veel goeds. Om 17:15 trapt de band dan ook af in de Congo. Opener is het a capella gezongen "Oh Hannah" van hun debuutplaat "And Still I Rise" . Een bloedstollend en even zo gewaagd begin van de show. De Heritage Blues Orchestra wordt aangevoerd door vader en dochter Sims en zanger/gitarist Junior Mack. De band is verder aangevuld met een drummer, vier blazers en een fantastische mondharmonicaspeler. De sound van de band is zoals ze het zelf omschrijven 'authentic blues mixed with post modern jazz'. Een erg treffende omschrijving wat mij betreft. Dit blues orkest brengt een rijk pakket aan traditionals, gospel, work songs, slow blues en een aantal bluesklassiekers, waarbij zangeres Chaney Sims vaak de hoofdrol opeist. Met name in het ijzingwekkende "St. James Infirmary" wordt ze begeleidt door haar vader op de piano en krijgt ze de tent muisstil. Naast deze rustpunten zijn er voldoende momenten om flink de pan uit te swingen. De drummer krijgt alle ruimte om te excelleren en de blazers zorgen voor een soulvolle, warme en jazzy invalshoek. In deze nummers grijpt de mondharmonicaspeler zijn kans om zijn vakmanschap te tonen. Hoogtepunt is wat mij betreft het nummer "Hard Times" wat begint als een slow blues dat verhaalt over de moeilijke tijden van de hedendaagse maatschappij,dat vervolgens terug valt op een mooi jazzy rustig instrumentaal intermezzo van de blazers, om uiteindelijk te ontpoppen tot een stuwende en groovende vibe die laat horen dat er altijd hoop is, ondanks deze "Hard Times". Heritage Blues Orchestra zorgt voor een fantastische opener van de tweede dag en is wat mij betreft al een van de hoogtepunten van het festival.

Het is inmiddels half zeven en tijd voor wat te eten en te drinken. Met pizza en al begeef ik me weer terug naar de Congo voor Taj Mahal. Dit is onvervalste authentieke blues, blues uit de de Delta, uit Mississippi. Waar Heritage Blues Orchestra nog doorspekt is met allerlei andere invloeden is Taj Mahal al veertig jaar een van de laatste levende vaandeldragers van de echte blues. Taj Mahal is energiek en kwiek ondanks zijn leeftijd. Hij staat en swingt de gehele show en speelt fantastisch gitaar, afwisselend elektrisch en akoestisch en hanteert zo af en toe ook nog de banjo en de toetsen. De drummer en bassist vormen een solide groovende en soms funky basis voor de geweldige blues van Taj Mahal. Deze grootheid bespeelt het publiek met het grootste gemak en laat horen waar de blues echt over gaat. Blues is niet makkelijk, het gaat over lijden, hartzeer, pijn, liefde, sex, hoop, eenzaamheid, etc. Taj Mahal dringt door tot iedereen in de tent. Hij speelt de gitaar alsof hij de liefde bedrijft, soms lief en zacht, de andere keer hard en ruig (als je hebt gezien hoe Taj Mahal tegen de achterkant van zijn gitaar slaat ;-) dan weet je wat ik bedoel). De man staat te zweten als een otter, zijn kleren doordrenkt en zijn gitaren nat van het zweet. Taj Mahal laat zien dat de blues muziek is voor en door "the working man". Taj Mahal is het levende bewijs van de blues hier op North Sea Jazz. Kippenvel van begin tot eind!

Deze editie ook een opvallende gast op North Sea Jazz. De meeste mensen kennen Hugh Laurie als Dr. House uit de gelijknamige televisieserie. Wat veel mensen niet weten is dat Laurie al ruim dertig jaar muzikant is. Recent bracht de beste man een plaat uit met onvervalste bluesmuziek gebaseerd op het zuiden van de Verenigde Staten. Laurie heeft een verzameling uiterst bekwame muzikanten om zich heen verzameld die de muziek precies begrijpen. Op geïnspireerde wijze brengt Laurie en zijn band een doorkijk in de muziekgeschiedenis van Amerika. De arrangementen zijn origineel en zijn niet zomaar kopieën van de oorspronkelijke versies. De gitarist en drummer steken erboven uit met hun beleving en intense gedreven spel. Toch knaagt het een beetje bij me. Laurie kiest geen makkelijke muziek, het zijn geen luchtige onderwerpen die hij met zijn band aansnijdt. Daarom komt het op mij wat ongemakkelijk over als hij tussen de nummers door de lolbroek probeert uit te hangen. Hij krijgt daarmee het publiek op zijn hand, maar ik vind het in de context van zijn gespeelde muziek niet gepast en relevant. Ondanks deze kleine smet ben ik positief verrast door Hugh Laurie. Ik zal nu zeker met een andere blik naar House kijken. Zeer vermakelijk optreden.

Wachtend op de Robert Cray Band pak ik nog bijna een half uurtje George Benson mee. Weer zo'n legende op het podium. Deze man heeft ontelbare Grammy awards op zijn naam staan. Benson en zijn stuwende en energieke band brengt een broeierige mix van jazz, funk en soul. Het gitaarspel van Benson is puntig en fel, maar tegelijkertijd onweerstaanbaar swingend. De Nile gaat helemaal uit zijn dak.

Laatste stop van vandaag is de Robert Cray Band. Cray is een van de beste bluesgitaristen van zijn generatie. Hij combineert blues en soul op smaakvolle wijze. Het bekends is hij met het nummer "Right Next Door to Me (Strong Persuader)", maar Cray is een echte bluesman, althans gedeeltelijk zo zal blijken.  Gedurende de nummers valt me op dat Cray en zijn band in de coupletten en de refreinen vooral funk en soul spelen, en zodra Cray zijn gitaarsolo's inzet hij met het grootste gemak switch naar onvervalste blues met een scheutje rock. De nummers blijven hierdoor afwisselend, maar toch een tikje voorspelbaar naar verloop van tijd. De band speelt zo strak, bijna perfect, dat de verrassing er na een tijdje wel af is. Dit doet niets af aan het fantastische gitaarspel van Robert Cray die zijn vingers met het grootste gemak over zijn Fender gitaar laat glijden en daarmee de mooiste en prachtigste warme donkere bluestonen uit zijn gitaar tovert. Als ik zo kon spelen, stopte ik direct met werken en zou ik mijn eigen Fender permanent om mijn schouder laten hangen. Waardige afsluiter van een met blues doorspekte tweede dag van North Sea Jazz.

Nog een dag te gaan met in ieder geval voor mij de Miles Davis tribute band Miles Smiles met onder andere gitarist Robben Ford. Daarnaast een akoestische show van de onnavolgbare Joe Bonamassa, waar ik me erg op verheug.

Dag 3: zondag 8 juli
Zo dit is alweer de laatste dag van het North Sea Jazz Festival. Ik heb besloten het kort te houden. Twee dagen doorhalen tot in de nacht begint zijn tol te eisen (wat klink ik toch oud). Om 16:00 trapt in de Nile de gelegenheidsformatie Miles Smiles af. Miles Smiles is een eerbetoon aan legende en grootheid Miles Davis. Alle muzikanten op het podium hebben in het verleden samengewerkt met Miles Davis en zijn dus in staat om het publiek onder te dompelen in de erfenis van Davis. Opmerkelijk is dat de band aan de aftrap niet direct compleet is, de trompettist en bassist staan vast in het verkeer. Schema is schema dus er moet worden begonnen. Geen probleem voor deze doorgewinterde muzikanten. De baspartijen worden net zo makkelijk overgenomen door de organist die met zijn voetpedalen de baslijnen verzorgt. De saxofonist neemt daarnaast de trompetpartijen over, dus geen vuiltje aan de lucht. In het bijzonder ben ik geïnteresseerd in gitarist Robben Ford. Ik ben al jaren fan van deze man en zijn album "Blue Moon" is een van mijn favoriete platen waar Ford een warme fusion laat horen tussen blues en jazz. Ook in Miles Smiles speelt Robben Ford uiterst smaakvol en is de basis voor het jazzy en funky geluid van deze formatie. Met het grootste gemak laat Ford blues, jazz en funk geluiden uit zijn vintage Fender Telecaster horen. Ongelofelijk mooi. Ik heb gebiologeerd staan kijken naar de techniek en beleving van deze grootheid. Dit doet niets af aan de rest van de band, maar Ford steelt wat mij betreft de show.

Na te hebben genoten van een heerlijke Thaise kipschotel begeef ik me naar de Amazon voor een akoestisch concert van Joe Bonamassa, ook al zo'n held van me. Bonamassa is omringt met tien (!) akoestische gitaren en speelt compleet opnieuw gearrangeerde nummers uit zijn toch al uitgebreide oeuvre. Af en toe speelt Bonamassa een instrumentaal nummer waarop hij zijn fenomenale techniek (o.a. "Woke Up Dreaming") en beleving laat zien en horen. Joe Bonamassa is omringt door een groepje markante muzikanten die een zeer uitgebreid palet aan (vreemde) instrumenten bespeelt; viool, mandoline, banjo, pomporgel, accordeon, piano, wasbord, conga's, harp, drumbox, en allerlei opmerkelijke percussie-instrumenten als kettingen (gebruikt in het broeierige "John Henry", waarbij de kettingen sprekend de geketende John Henry moet voorstellen) en lege flesjes met grind. Dit alles smelt samen tot een authentieke folk blues sfeer. In de toegift speelt Bonamassa een tranentrekkende versie van "Sloe Gin", waarbij het zo stil is in de grote zaal dat je een spelt kunt horen vallen. Deze akoestische performance is wat mij betreft het toppunt van intensiteit en beleving en overtreft misschien wel zijn doorgaans elektrische optredens. Joe Bonamassa is op zijn leeftijd met recht al een grootheid!

Het zit erop. Drie dagen lang North Sea Jazz. Voor elke liefhebber van jazz, blues, soul, funk en rootsmuziek in het algemeen is North Sea Jazz "the place to be". Voor de echte fijnproever dus. Op naar volgend jaar! 

donderdag 28 juni 2012

The Kenny Wayne Shepherd Band - How I Go (2011)

Kenny Wayne Shepherd is een bijzonder goede gitarist en dat bewijst hij op dit album. Opnieuw maakt hij gebruik van zanger Noah Hunt en dit blijkt een uitstekende combinatie. Wie van stevig gitaarwerk houdt, zowel gericht op blues en rock komt met dit album zeker aan zijn/haar trekken. 


Shepherd waagt zich op deze plaat ook aan enkele covers, waaronder "Yer Blues" van The Beatles en "Oh, Pretty Woman" die natuurlijk al door meerdere artiesten is gecovered. Voor beide nummers geldt dat hij redelijk dicht in de buurt van het orgineel is gebleven, los van het feit dat de gitaren uiteraard prominent aanwezig zijn. 


Beide nummers doen daardoor steviger aan dan de versies van respectievelijk The Beatles en bijvoorbeeld Albert King. Met name in "Oh Pretty Woman" trekt hij de gitaar trucendoos vol open met een funky versie met veel gebruik van zijn wah-wah pedaal. Het swingt behoorlijk, maar voegt niet veel toe aan het origineel, anders dat het genieten is van Shepherd's vakmanschap met zes snaren. Wel is het leuk om weer eens een andere stevige versie van dit nummer te horen dan die van wijlen Gary Moore.

Persoonlijk krijg ik het gevoel dat Shepherd moeilijk een keuze kan maken tussen blues, rock (en misschien zelfs pop). Het is hierdoor wel een divers album geworden, maar is daardoor ook niet echt consistent. Dit maakt "How I Go" geen slechte of matige plaat, het is een zeer genietbare plaat geworden dat kwalitatief boven het maaiveld uitsteekt. Voor mij bewijst Shepherd zijn klasse als hij wat meer gas terugneemt, of zich meer richt op de blues. Op die momenten laat hij zijn Fender huilen en laat hij zijn klasse horen en bewijst hij dat hij de blues begrijpt. Goede voorbeelden hiervan zijn "Dark Side of Love", "Heat of the Sun", en wat mij betreft het hoogtepunt van de plaat "Backwater Blues". Het intro van het nummer doet authentiek aan, zoals delta blues hoort te zijn. Daarna ontpopt het nummer zich in een voortstuwende bluesrocker. Kortom: puike plaat van een uitstekende gitarist.

zaterdag 23 juni 2012

The Black Crowes - Before The Frost... Until The Freeze (2009)


The Black Crowes kiezen op "Before The Frost... Until The Freeze" voor een bijzondere aanpak. Gedurende vijf avonden werden nieuwe nummers live gespeeld en opgenomen voor een klein publiek. Dus geen studiobewerkingen of andere rare fratsen. Er wordt geen oud materiaal gespeeld, maar uitsluitend nieuwe composities.  Hierdoor krijgt "Before The Frost... Until The Freeze" de sfeer van een intiem concert. De nummers zijn opgenomen in de Levon Helm studios in Woodstock, New York. Terugkijkend is dit extra speciaal, aangezien de gelijknamige drummer en zanger van The Band eerder dit jaar overleed. 




Zanger Chris Robinson verwoorde het als volgt: “I think we fulfilled a musical commitment to continue on the golden road of artistic independence. Approaching 20 years into our careers, we still are ambitious enough to push ourselves to create something unique that we have never done before.


De gekozen aanpak van The Black Crowes komt inspirerend over. De nummers zijn goed gestructureerd. Toch klinkt het allemaal losjes, nergens geforceerd en altijd die kenmerkende Black Crowes groove. De refreinen zijn catchy, de solo's meeslepend, de ene keer rockend, de andere keer ingetogen. Tevens weten The Black Crowes een heerlijke laid-back en easy-going ambiance te creeëren.


Met "Before the Frost... Until The Freeze" keren The Black Crowes wat mij betreft terug naar het niveau van hun eerste drie a vier platen. Zoals ik hier al eerder heb betoogd is de muziek doordrengt met een blues en soul sausje. Met de toevoeging van lead gitarist Luther Dickinson (van o.a. North Mississippi Allstars) gaan de Crowes er zeker niet op achteruit. In 2008 en 2009 heb ik de band live mogen aanschouwen in de HMH en Luther steelt de show met zijn mooie gitaarspel. Uiteraard levert Rich Robinson met zijn aanstekelijke riffs nog steeds de basis. Er is wel een beetje een vreemde eend in de bijt, en dat is het disco-achtige nummer "I Ain't Hiding". Toegegeven het nummer swingt en de gitaarsolo is mooi, maar het past a) niet bij The Black Crowes en b) het is ook een sterk contrast met de rest van de nummers op deze plaat. Daarentegen bestaat de rest van de plaat uit bijna alleen maar hoogtepunten, maar wat mij betreft zijn "Been a Long Time (Waiting on Love) en de ballad "The Last Place That Love Lives" mijn favorieten. De eerste om het geweldige instrumentale stuk aan het einde, met een hoofdrol voor Luther. De tweede om zijn eenvoud en ingetogenheid, maar zo oprecht. 


De bonus cd (download) "...Until the Freeze" is meer dan de moeite waard, maar is meer country georiënteerd, en heel stiekem misschien nog wel mooier. Als je de LP koopt zijn beide albums in een ander volgorde geplaatst, waardoor "Before The Frost... Until The Freeze" een mooi samenhangend geheel vormt.

woensdag 20 juni 2012

Robert Johnson - King of the Delta Blues Singers (1961)

Robert Johnson is niet de uitvinder van de blues, maar zijn invloeden zijn onmiskenbaar en hij is wel verantwoordelijk voor de vorm die de blues uiteindelijk heeft gekregen. Johnson presteerde het door delta blues te mengen met andere bluesstijlen, waardoor hij een voorbeeld werd voor vele blueszangers- en gitaristen. Dit is des te opmerkelijker, omdat Johnson slechts 27 jaar oud werd en een beperkt aantal nummers (zo'n twingtigtal) heeft nagelaten in maar twee opnamesessies. Zijn levensverhaal is omgeven met mystiek en dat draagt bij aan zijn legendarische status.




Johnson wordt geboren op 8 mei 1911 als Robert Leroy Johnson te Hazlehurst in de staat Mississippi van de Verenigde Staten. Net als vele met hem bracht hij een groot deel van zijn leven door op een plantage. Daar leerde Johnson de bluesharmonica spelen. Maar het was zijn grote wens om gitaar te leren spelen. Dit laatste lukte hem in zeer korte tijd. Deze prestatie is de basis van het mythische verhaal dat Robert Johnson zijn ziel zou hebben verkocht aan de duivel in ruil voor het beheersen van de gitaar. Het verhaal gaat dat Johnson naar een kruispunt zou zijn gegaan om daar gitaar te spelen. Om middernacht zou hij zijn benaderd door een grote donkere man die Johnson zijn gitaar afpakte, hem stemde, en het in ruil voor zijn ziel teruggaf, waarna hij perfect zou kunnen gitaarspelen. De betreffende man zou de duivel zijn. Dit verhaal is voor eeuwig vastgelegd in "Cross Road Blues", zoals die ook is te vinden op "King of the Delta Blues Singers".

Robert Johnson's erfenis is het gevolg van twee opnamesessies uit 1936 en 1937. "King of the Delta Blues Singers" bevat een compilatie van die opnamen. Van de zestien tracks stammen er twaalf uit 1936. De overige vier komen uit de tweede opnamesessie uit 1937. Naast "Cross Road Blues" zijn er nog twee andere tracks die verwijzen naar het verhaal over de duivel en het verkopen van zijn ziel. De tracks "Me and the Devil Blues" en "Hell Hound on My Trail" zorgden ervoor dat Johnson de banvloek kreeg van de Kerk, vanwege het aangaan van een pact met de duivel in ruil voor talent.

"King of the Delta Blues Singers" is misschien wel de meest pure, rauwe en tegelijkertijd meest intense en angstaanjagendste blues die ik heb gehoord. Enerzijds sleurt Johnson je mee naar de Mississippi Delta waar hij je een inkijkje geeft in het erbarmelijke leven van de zwarte man in een door blanken gedomineerde maatschappij. Daarnaast weet Johnson te provoceren door tegen de gevestigde orde te schoppen (de Kerk) en is hij zich zeer bewust van de legende die hij is. Zijn gitaartechniek is moeilijk uit te leggen. Op de een of andere manier creeërt hij in zijn eentje ritmische doorrollende gitaarpatronen. Eric Clapton heeft ooit verklaard dat hij in zijn eentje niet het geluid van Johnson kan reproduceren. Hij heeft daar altijd een tweede gitarist voor nodig, aldus Slowhand zelf. Dit geeft wel aan hoe uniek en complex het gitaarspel van Johnson moet zijn, ook al klinkt dat op het eerste oor niet direct zo. Speelt hier dan toch een duivelse invloed een rol?

Robert Johnson sterft op 27 jarige leeftijd op 16 augustus 1938 in Three Forks, Mississippi. Ook zijn dood is uitermate dubieus. Hij zou na een van zijn optredens whiskey hebben gedronken die zou zijn vergiftigd door een jaloerse echtgenoot van een van zijn scharrels (Johnson was wat dat betreft geen heilig man). Zijn muziek, het verhaal erachter en alle omstandigheden tezamen maken Robert Johnson een historische, spannende en mysterieuze man. Los van dat alles blijft het een feit dat Johnson de vormgever is van de blues en daarmee medeverantwoordelijk is voor hoe de hedendaagse muziek vorm heeft gekregen. Iedere keer als ik een nieuwe hype hoor in muziekland, dan luister ik naar "King of the Delta Blues Singers" en wordt alles in een klap weer in perspectief geplaatst.