zondag 16 maart 2014

Richie Sambora - Stranger In This Town (1991)

In de periode dat Bon Jovi een pauze inlast, neemt (ex) Bon Jovi gitarist en componist Richie Sambora zijn eerste soloalbum op. Eigenlijk is direct duidelijk dat Sambora niet alleen een fantastische gitarist is, maar dat hij zeer sterke songs kan schrijven en bovenal een ontzettend mooie stem heeft. Feitelijk vind ik Sambora in alle opzichten een betere muzikant dan zijn baas Jon Bon Jovi. Ik moet dan ook vaststellen dat de aanwezigheid van Richie Sambora in Bon Jovi de reden is dat ik die band een warm hart toedraag, met name in de jaren 80 en 90.

Bon Jovi is een stadion rockband, zoveel is duidelijk, maar hetgeen me het meeste aantrekt in het gitaarspel van Sambora, is toch wel de constante bluesy ondertoon. Op ”Stranger in This Town” gaat Sambora hierin een stap verder. De blues is alom aanwezig en heeft wat mij betreft dan ook de overhand. Vooral in zijn licks en solo’s hoor ik die prachtige donkere en tegelijkertijd warme en gloedvolle tonen. De emotie spat er vanaf. Daarnaast hebben de liedjes niet bepaald een lichtvoetig karakter. Het begint al met de donkere sfeer op ”Rest in Peace”, het openingsnummer. Ook dit draagt bij aan het bluesgevoel van ”Stranger in This Town”.

Ook tekstueel gezien overstijgt Sambora het niveau van Bon Jovi. Ik krijg het gevoel dat hij letterlijk zijn hart uitstort. Er zit niet alleen veel passie, intensiteit en emotie in zijn gitaarspel, maar ook de manier waarop Sambora zingt zorgt voor de nodige kippenvelmomenten. Je voelt aan elke zenuw in je lichaam dat hier een man met hart en ziel staat te spelen en zingen. Liedjes als ”Church of Desire”, ”Stranger in This Town”, ”One Light Burning” en ”The Answer” zijn prachtig van opbouw en slepen je mee in de wereld van Sambora. Ze gaan onder mijn huid zitten en laten me niet meer los. Sambora wisselt elektrisch gitaarspel net zo makkelijk af met mooi akoestisch spel. 

Het nummer ”Mr. Bluesman” heeft een bijzonder verhaal. Op dit liedje wordt Sambora vergezeld door Eric Clapton. Zijn warme bluesy licks passen prachtig in de mooie akoestische frasering van Sambora. Opvallend en tegelijkertijd bewonderenswaardig is het feit dat dit liedje is opgenomen slechts enkele dagen na het tragische ongeval en overlijden van het zoontje van Eric Clapton. Sambora rekende eigenlijk niet meer op de komst van Clapton, maar Slowhand kwam conform afspraak opdagen en speelde zijn gitaarpartijen in. Voor mij geeft deze wetenschap nog meer intensiteit mee aan het al zo prachtig gespeelde liedje.


Met ”Stranger in This Town” bevestigt Richie Sambora wat ik eigenlijk al wist. De man is een groot gitarist, veel te vaak onderschat, en een fantastische zanger. Dit album behoort to mijn favorieten, zowel op het gebied van gitaarspel, kwaliteit van de liedjes en de vocalen. De titel van het album is misschien wel exemplarisch. Eigenlijk is hij binnen Bon Jovi een ”Stranger in This Town” en is hij feitelijk een ”Mr. Bluesman”.

zaterdag 8 maart 2014

Robben Ford - A Day In Nashville (2014)

Robben Ford is een gitarist die ik al jaren op de voet volg. Ik reken hem dan ook tot een van mijn favorieten. Een van de mooiste kenmerken van het gitaarspel van Robben Ford vind ik de ongelooflijke prachtige cleane tonen die hij uit zijn gitaar haalt. De warmte straalt er vanaf. Het is alsof je de gloed van een ondergaande zon over je heen voelt komen of alsof je wordt ondergedompeld in het spreekwoordelijke warme bad. Ik weet dat er ook critici zijn die het spel van Ford veel te glad en te netjes vinden. Natuurlijk, er zijn gitaristen die de grens meer opzoeken of meer het heil zoeken in rauwheid, maar in het geval van Robben Ford gaat zijn zuiverheid nergens ten koste van emotie, passie en intensiteit.

Bij Robben Ford is de blues altijd de basis van zijn muziek. Vaak voegt hij daar een flinke portie jazz en funk aan toe. Een mooi voorbeeld hiervan is het magistrale album ”Blue Moon”. Dat album vind ik Ford’s beste album en een perfecte synergie van klassieke bluestonen, jazz patronen en funky ritmes. Op zijn vorige album ”Bringing It Back Home” hanteert Ford dezelfde aanpak. Hoewel ”A Day In Nashville” typisch klinkt als Robben Ford, is er wel een kleine verandering ten opzichte van zijn vorige album. ”A Day In Nashville” is meer blues dan zijn voorganger. De jazznuances zijn er zeker nog wel, maar de blues heeft zeker de overhand. Overigens is de verwijzing naar Nashville in de albumtitel puur een verwijzing naar de studio waar het album in een dag live is opgenomen. Het is zeker geen referentie aan country muziek. De invloed van country is minimaal, al zijn er lichte trekjes van te ontwaren in liedjes als ”Ain’t Drinkin’ Beer No More” en ”Just Another Country Road”.


”A Day In Nashville” opent met het swingende ”Green Grass, Rainwater”. De gitaartonen zijn direct herkenbaar. Ford swingt zowel met zijn riffs en licks als met zijn mooie soulvolle stem. Die stem zorgt voor extra warmte op dit album. ”Midnight Comes Too Soon” is direct een hoogtepunt. Een mooie slowblues met prachtig warm gitaarspel. Op ”A Day In Nashville” komen ook weer een aantal instrumentals voorbij. ”Top Down Blues” en ”Thump and Bump” zijn heerlijke tracks. Het gitaarspel staat buiten kijf, maar ook het fantastische toetsenspel zorgt voor een mooie basis waar Ford lekker overheen kan soleren. Ondanks dat het album slechts negen tracks kent, voelt dat nergens teleurstellend. De liedjes klokken nauwelijks onder de vier minuten en overstijgen zelfs regelmatig de vijf en zes minuten (bijvoorbeeld het geweldige ”Cut You Loose”). Genoeg tijd dus om te genieten van Ford’s fenomenale gitaarpel, maar eigenlijk verdiend de hele band een compliment. ”A Day In Nashville” is dus eigenlijk niets nieuws onder de zon. Voor de kenners van Robben Ford’s werk is dit het zoveelste goede album dat eigenlijk niet teleurstelt en nogmaals een bevestiging is van man’s kwaliteiten en muzikaliteit. Voor de nieuwkomers is ”A Day In Nashville” een prachtige kennismaking en hopelijk een aanzet tot een muzikale ontdekking door het indrukwekkende oeuvre van Robben Ford.

zondag 23 februari 2014

Matt Schofield - Far As I Can See (2014)

Dit is een plaat waar ik lang naar heb uitgekeken en waar ik met smart op heb gewacht. Het laatste studioalbum van Matt Schofield, ”Anything But Time”, stamt alweer uit 2011. Na die release heeft Schofield uitgebreid getourd; in Europa, ook in Nederland, maar vooral in de Verenigde Staten heeft Schofield een voet aan de grond gekregen in het live bluescircuit. In de hedendaagse muziekindustrie is een reputatie op het podium van groot belang en dat heeft Schofield onderkend. Die ervaring heeft hij meegenomen naar de opnamen van ”Far As I Can See”.

Al jaren wordt Matt Schofield gezien als een van de beste Britse bluesgitaristen van zijn generatie. Er zijn zelfs sommigen die beweren dat hij zich al mag meten met de besten allertijden. Ik ben een echte fan van zijn gitaarspel, dus wat mij betreft is dat een bewering die ik wel kan staven. Schofield is al tijden een bekend gezicht in de Britse bluesscene, ook al voordat hij zijn eigen albums uitbracht. Voorheen bekend geworden als gitarist bij The Lee Sankey Group om daarna faam te maken als gitarist en producer bij die andere hedendaagse Britse bluesheld, Ian Siegal. In 2005 volgde met ”Siftin’ Thru Ashes” zijn eerste eigen soloalbum, om vervolgens het ene na andere sterke album af te leveren.

De muziek van Matt Schofield is een gloedvolle mix van blues, funk en jazz. Wat dit betreft is het geluid op ”Far As I Can See” vertrouwd. Al is er wel wat veranderd sinds het laatste studioalbum ”Anything But Time”. Op dat album waren de jazz invloeden wat groter, dat de funk wat naar de achtergrond verdreef. Op ”Far As I Can See” is de funk weer terug en prominenter aanwezig, zonder overigens de smaakvolle jazz nuances geheel te verdringen. Ook is de samenstelling van de band anders. Waar Matt Schofield de laatste jaren als trio fungeerde met Jonny Henderson op de toetsen en Kevin Hayes op de drums, is er op ”Far As I Can See” sprake van een vierkoppige band. Naast uiteraard Matt Schofield zelf op de vocalen en gitaar wordt hij wederom bijgestaan door zijn vaste muzikale partner Jonny Henderson op orgel en piano. De baspartijen worden gespeeld door Carl Stanbridge. Dit is een belangrijke verandering. Waar in de trio samenstelling Henderson de baspartijen verzorgde middels de pedalen van zijn orgel, is er nu een echte bassist. Hierdoor kan Henderson zich volledig richten op zijn magistrale orgel en pianowerk. Stanbridge speelt diepe baspartijen die zorgen voor een voller en warmer geluid. Dit wordt nog eens versterkt door de toevoeging van een blazerssectie van saxofoon en trompet. Jordan John neemt de drums en percussie voor zijn rekening en verzorgt daarnaast nog voor de nodige samenzang. Het gebruik van een traditionele ritmesectie van bas en drums geven Schofield een perfect platform en basis om heerlijk overheen te soleren.

Het songmateriaal op ”Far As I Can See” is ijzersterk. De meeste composities zijn van Schofield zelf, geschreven met zijn partner Dorothy Whittick. De liedjes gaan vooral relaties, de liefde en de uitdagingen die daaruit voortvloeien. En dat uiteraard op de kenmerkende manier zoals dat gewoon is in de blues, met de nodige emotie en intensiteit. Een nummer als ”Clean Break” is hier exemplarisch voor.

Wat mij vooral opvalt in het gitaarspel van Matt Schofield is de perfecte balans tussen ritmisch spel, zijn licks en fenomenale solo’s. Het ritmische spel is vooral erg funky. Het zorgt voor een ongekende groove, vooral in combinatie met  stuwende orgelspel van Henderson. De licks van Schofield zijn niet nodeloos ingewikkeld, maar wel erg effectief en is een perfecte opvulling tussen de zanglijnen. Het zorgt regelmatig voor kippenvel, over de solo’s nog maar te zwijgen. Schofield is een gitarist die veelvuldig gebruik maakt van de dikke snaren op zijn gitaar. Dit zorgt voor een warm bluesgeluid met een mooie dynamiek en variatie tussen hoge en lage tonen.

Dat laatste komt prachtig tot uiting in een van de mooiste slowblues liedjes die ik de laatste jaren heb gehoord, ”The Day You Left”. Ruim negen minuten liefdesverdriet uitgedrukt in meeslepende muziek en emotioneel gezongen teksten. Er zit een kleine galm op de stem van Schofield, niet te veel, maar dat zorgt wel voor net dat beetje extra impact. Ook op ”Far As I Can See” brengt Schofield een eerbetoon aan een blues grootheid. Op eerdere albums deed Schofield dit al door Albert Collins te eren met een geweldige cover van het prachtige ”Lights Are On But Nobody’s Home”. Ook ”Woman Across the River” van Freddie King kwam al eens voorbij. Op ”Far As I Can See” wordt een funky versie gespeeld van Albert King’s ”Breaking Up Somebody’s Home”. Schofield blijft dicht bij het origineel, maar de alhier gespeelde versie is er eentje om je vingers bij af te likken.

Een belangrijk onderdeel van het totaalgeluid van Matt Schofield is het orgelspel van Jonny Henderson. Op de eerste helft van ”Far As I Can See” houdt Henderson zich nog redelijk in. Hij verzorgt met name een warme basis voor het gitaarspel van Schofield. Maar op de tweede helft neemt Henderson meer en meer het voortouw. Heerlijke Hammond B3 solo’s komen voorbij, zoals bijvoorbeeld op ”Hindsight”. De combinatie van de gitaar van Schofield en de orgel van Henderson is een heerlijke. Ze zorgen tezamen voor een modern bluesgeluid, maar zijn tegelijkertijd in staat om aloude tijden te doen herleven. Het bijna tien minuten durende afsluitende ”Red Dragon” is er eentje die qua sfeer en opbouw doet denken aan Jimi Hendrix’ ”Voodoo Chile” (niet de ”Slight Return” versie, maar de lange jamversie). Schofield evenaart het gevoel en geluid van Hendrix met het grootste gemak, maar verwerkt tussen al die klassieke Hendrix licks ook zijn eigen geluid. Het orgelspel van Henderson doet je denken aan Steve Winwood in de Hendrix klassieker en ”Red Dragon” is daarmee een van de ontelbare hoogtepunten van ”Far As I Can See”.

Het lange wachten was het meer dan waard. ”Far As I Can See” is nu al een van mijn favoriete albums van Matt Schofield. Maar eigenlijk moet ik vaststellen dat Schofield nog geen slechte plaat heeft afgeleverd. Wat dat betreft past ”Far As I Can See” moeiteloos in het rijtje eerd uitgebrachte albums. Dit zou voor mij persoonlijk wel eens het album van het jaar kunnen worden. Wellicht een voorbarige uitspraak zo vroeg in het jaar, maar het kenmerkt tegelijkertijd de kwaliteit en de klasse van Matt Schofield.


dinsdag 31 december 2013

Eindejaarslijstje 2013

Het is weer tijd voor de meest arbitraire activiteit voor de muziekliefhebber: het samenstellen van een eindejaarslijstje. Wat zijn de beste albums van het afgelopen jaar? Volkomen subjectief en daarmee ook direct van weinig toegevoegde waarde. Aan de andere kant, wel ontzettend leuk.

Op het bluesfront zijn er in 2013 mooie releases geweest. Maar ook in het algemeen vind ik dat 2013 weer een prima muziekjaar is geweest. Mijn eindejaarslijstje bevat naast de blues dan ook andere invloeden, met name uit de roots, country, americana en rock. Maar ook funk en jazz komen voorbij. Over de meeste van de hieronder opgesomde albums heb ik op dit blog geschreven (klik op de albumtitel en je word doorverwezen naar het betreffende artikel of bundeling van reviews). Over een aantal ook niet, dus voeg ik voor de volledigheid daar nog de reviews van toe.

Mijn eindejaarslijstje voor 2013 ziet er als volgt uit:

  1. North Mississippi Allstars - World Boogie is Coming
  2. Tedeschi Trucks Band - Made Up Mind
  3. Amos Lee - Mountains of Sorrow, Rivers of Song
  4. Jason Isbell - Southeastern
  5. Tired Pony - Ghost of the Mountain
  6. Steven Wilson - The Raven That Refused to Sing (and Other Stories)
  7. Gov't Mule - Shout!
  8. Daniël Lohues - Ericana
  9. Spin Doctors - If the River Was Whiskey
  10. Rock Candy Funk Party - We Want Groove



Dit tweede album van Tired Pony vind ik prachtig. Alleen de titel al, "The Ghost of the Mountain" is een hele mooie en heeft een mystieke lading. Daarnaast is de hoes ook nog eens heel mooi. Net als op het eerste album klinkt de muziek vrij rootsy aan en bevatten deze invloeden uit de country. Het gebruik van genuanceerde geluidseffecten is "The Ghost of the Mountain" wat minder dan op "The Place We Ran From" en daarom doet het geheel van "The Ghost of The Mountain" wat traditioneler aan. De liedjes gaan duidelijk boven de vorm. De stem van Gary Lightbody is overduidelijk herkenbaar en de link met Snow Patrol is dan ook onvermijdelijk. Ook muzikaal vind ik de vergelijking met Snow Patrol logisch, maar ik vind "The Ghost of the Mountain" in alle opzichten toch een slag beter dan elk Snow Patrol album. Het is denk ik de sfeer dat me zo aantrekt op dit album. "The Ghost of the Mountain" heeft een ongelooflijk visueel effect op me. De hoes spreekt wat dat betreft dan ook boekdelen. Naast de mooie muzikale aankleding vind ik de tweede stem van de zangeres hemels mooi en tilt het geheel van het album naar een hoger niveau. Ik ben blij dat dit tweede album van Tired Pony er is gekomen. Ik meende ergens in een interview te hebben gelezen dat men dat eigenlijk niet zag zitten nadat hun eerste album, "The Place We Ran From" commercieel gezien verre van succesvol was. Nou ik ben blij dat de mannen van Tired Pony hun artistieke drive boven de commerciële belangen hebben geplaatst, want "The Ghost of the Mountain" gaat hoog eindigen in mijn jaarlijstje van 2013. Prachtplaat!


Yes, de gitaren zijn terug op Steven Wilson's "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)". Op zijn vorige twee studioalbums waren uiteraard ook wel gitaren te vinden, maar die albums werden toch vooral gedomineerd door toetsen en allerhande geluidseffecten. Dat levert, zoals bij Wilson gebruikelijk is, een behoorlijke verzameling intrigerende liedjes op. Toch neig ik persoonlijk meer naar de Porcupine Tree sound. En die sound is weer terug te vinden op het prachtige "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)". Aan de andere kant klinkt het ook weer anders dan de laatste Porcupine Tree plaat "The Incident". De liedjes op "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)" zijn weer heerlijk uitgesponnen (met uitzondering van "The Pin Drop") en laten een breed uitgewaaierd geluidspalet horen. Of er een overkoepelende thematiek is vind ik moeilijk te zeggen, maar de liedjes doen wel aan als verhalen. En het zijn niet bepaald vrolijke verhalen die Wilson hier voorlegt. Het zijn spookverhalen in de traditie van Edgar Allan Poe. De muziek op "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)" past daar perfect bij: beklemmend, dreigend, claustrofobisch, meespelend, angstaanjagend en intens. Het prachtige artwork sluit daar perfect op aan. Steven Wilson zorgt er altijd voor dat het geheel, de look en feel zo te zeggen, prachtig in balans is. Wilson wordt weer omringd door een uitermate vakkundige groep muzikanten. Zelf hanteert hij weer een keur aan instrumenten als de mellotron, keyboards, gitaar en ook nog de bas op "The Holy Drinker". Uiteraard neemt hij ook de vocalen voor zijn rekening. De lead gitaar laat hij echter over aan Guthrie Govan. Een goede keus wat mij betreft, want de beste man speelt prachtig gitaar en laat schitterende solo's horen. Het is niet altijd duidelijk welke partijen door Wilson of door Govan worden gespeeld, maar dat mag de pret niet drukken. De ritmesectie Nick Beggs (bas) en Marco Minnemann (drums) zorgen voor een stuwende solide basis en met Adam Holzman (toetsen) en Theo Travis (blaasinstrumenten) is het gezelschap compleet. "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)" is wat mij betreft weer een pareltje in het toch al indrukwekkende oeuvre van Steven Wilson. Dit album is weer heerlijk verslavend, gaat onder je huid zetten, nestelt zich in je hoofd en sleept je mee in de beklemmende verhalen. Op "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)" combineert Wilson mijn inziens invloeden uit zijn gehele carrière en van al zijn verschillende projecten tot een prachtig album. Voor elk wat wils zo te zeggen (al zijn de metalinvloeden ver te zoeken). De LP geniet mijn voorkeur boven de CD. Het geluid komt wat voller op me over en het artwork is zo nog mooier. "The Raven That Refused to Sing (And Other Stories)" is misschien nu al het muzikale hoogtepunt van 2013 en wat mij betreft ook eentje in de indrukwekkende waslijst aan releases van Steven Wilson. Hemels!


Workaholic Joe Bonamassa komt alweer met een volgend project. Of het nu solo is, samen met Beth Hart of in supergroep Black Country Communion, Bonamassa blijft verbazen in veelzijdigheid. In Rock Candy Funk Party horen we weer een hele andere kant van hem. "We Want Groove" is old school funk en jazz. Rock Candy Funk Party is gewoon een supergroep, ondanks (of misschien wel juist daarom) dat de leden van deze band niet bekend zijn bij het grote publiek. Maar voor de echte muziekliefhebber en -kenner des te meer. Deze supergroep bestaat uit Tal Bergman op de drums (tevens producer), Ron DeJesus op gitaar, Mike Merritt op bas, Renato Neto op toetsen en de al eerder genoemde Joe Bonamassa op gitaar. Deze muzikanten hebben een track record om u tegen te zeggen, om maar te noemen: Prince, Chaka Kan, Simple Minds, Billy Idol, Bruce Springsteen, Rod Stewart, Levon Helm, en ga zo maar door. De plaat opent met de vette funk van "Octopus-E". De toon is direct gezet. Dit is een opzwepende plaat. Wat verder ook opvalt is dat alle muzikanten in dienst van de liedjes spelen. Er zijn geen ego's die een negatieve impact hebben. Dit is dus geen Joe Bonamassa plaat, maar een echte bandplaat! Alle karakters hebben een evengrote inbreng en dat draagt bij aan het coherente geluid en de diversiteit binnen het genre. Na een paar energieke funk en jazz composities volgt een rustpunt in de vorm van "The Best Ten Minutes of Your Life". Dit is een sfeervol en warm palet aan ingetogen funky en jazzy tonen. Dromerig is het juiste woord hiervoor. Dan volgen weer een aantal nummers die swingen als de neten, om vervolgens weer heerlijk loom en zwevend af te sluiten met "New York Song". In het bijbehorende artwork is ook te lezen hoe de instrumenten zijn verdeeld op elk nummer. Met name voor de gitaarpartijen is dit handig: er staat duidelijk vermeld wie welke gitaarpartij en solo speelt en wie je links en rechts uit je speakers hoort komen: Ron DeJesus of Joe Bonamassa. Dus productietechnisch zit "We Want Groove" uitstekend in elkaar. "We Want Groove" is enerzijds een zeer welgeslaagde poging om de old school jazz en funk te laten herleven en anderzijds nogmaals een bevestiging van de veelzijdigheid en inmiddels toch ook grootsheid van Joe Bonamassa.



Rest mij alleen nog alle lezers van "The Blues For the Lost and Found" een gelukkig, voorspoedig, gezond en muzikaal 2014 te wensen!