vrijdag 10 juni 2011

Muddy Waters - Folk Singer (1964)

McKinley Morganfield alias Muddy Waters wordt algemeen beschouwd als de grondlegger van de moderne Chicago blues. Hoewel de Chicago blues vooral elektrisch gespeeld wordt, is het album “Folk Singer” volledig akoestisch. Desondanks hoor je de duidelijke kenmerken van de Chicago blues doorsijpelen in de met twee akoestische gitaren gedreven songs. Heel herkenbaar hoor je de oorsprong van Muddy’s latere scherpe en puntige (elektrische) gitaarlicks. Persoonlijk gaat mijn voorkeur uit naar Muddy’s akoestische werk en dan is “Folk Singer” een ware klassieker.

Niet alleen het songmateriaal is om je vingers bij af te likken, maar als je ziet door wie Muddy Waters wordt begeleid op deze plaat; daar gaat het hart van elke blues- en muziekliefhebber sneller van kloppen. Muddy zingt en begeleidt zichzelf op gitaar en wordt daarnaast bijgestaan door een jonge Buddy Guy op gitaar, Clifton James op drums en Willie Dixon als bandleider en bassist.

Ik durf te stellen dat ik “Folk Singer” wel een plek wil geven in mijn blues album top tien. Wat maakt deze plaat nu zo bijzonder? Allereerst is dat natuurlijk voor iedereen verschillend, en niet iedereen (ook niet elke bluesliefhebber) is gecharmeerd van akoestische blues. Ook ik heb een grote voorliefde voor elektrische blues, maar na het luisteren van dit album ben ik me meer en meer gaan interesseren voor akoestische blues. Als je je afvraagt waar de moderne elektrische blues vandaan komt, luister dan onder andere naar deze plaat. Nu is Muddy Waters niet de eerste akoestische blueslegende (denk bijvoorbeeld ook aan Robert Johnson), maar het samenspel tussen Waters en Buddy Guy is gewoonweg fascinerend. Ze wisselen lead en ritme partijen onderling met elkaar af, waardoor de muziek spannend blijft, en het gezapige of voortkabbelende imago dat akoestische blues doorgaans heeft wordt doorbroken. Willie Dixon en Clifton James zorgen met een afwisselende en gevarieerde ritmesectie voor de kers op de taart.

Ook vocaal gezien is “Folk Singer” hoogstaand. Op het moment dat Muddy begint te zingen op albumopener “My Home Is In The Delta” was ik verkocht. Een krachtige warme stem, doorleeft met ervaring, gevoel en intensiteit klinkt door de speakers. Als een echt goede blueszanger betaamt, trekt hij je mee in het verhaal van elke song.

Wat me naast de muziek ook heeft geïntrigeerd is de titel van deze plaat. De muziek op deze plaat is onvervalste authentieke blues, waarom heet de plaat dan “Folk Singer”? Toen deze plaat werd opgenomen was folkmuziek veruit de populairste muziek in de Verenigde Staten. De platenmaatschappij was dan ook van mening dat een album dat verwijst naar folk commercieel meer zou opbrengen dan blues. Dit album profiteerde dan ook van de “Folk boom”, maar heeft muzikaal gezien daar niets mee te maken.

Voor een ieder die zich wil verdiepen in de oorsprong van de moderne blues, en als je geïnteresseerd bent in authentieke bluesmuziek, dan is deze plaat een echte aanrader. Beoordeel deze plaat echter niet op een eerste luisterbeurt, maar besteedt er echt aandacht aan. Probeer elk instrument afzonderlijk te beluisteren: de drums, de bas en beide gitaren. Ontdek het gevarieerde spel, het ritme, de melodieën en harmonieën. Na enige luisterbeurten snap je hoe de synergie van de muzikanten resulteert in een prachtige bluesplaat. Sluit je ogen, luister en je waart jezelf in de Mississippi Delta.

vrijdag 27 mei 2011

Albert Collins - Cold Snap (1986)

De uit Texas afkomstige bluesgitarist en zanger Albert Collins heeft wellicht de meest coole bijnamen uit de bluesscene. Hij mag zich onder andere "The Iceman" en "The Master of the Telecaster" noemen. Deze aanduidingen hebben direct betrekking op zijn stijl van gitaarspelen, want die mag je met recht uniek noemen.

Albert Collins stemde zijn gitaar op een andere manier dan de gebruikelijke. Normaliter wordt een gitaar als volgt gestemd (van de dunste naar de dikste snaar): E B G D A E. Albert Collins stemde zijn gitaar in de open F mineur (F C Ab F C F) of in D mineur (D A F D A D). Hiermee ontstond een specifiek gitaargeluid dat ook wel aangemerkt wordt als "Icy", vandaar de bijnaam "The Iceman". Gezien zijn voorliefde voor de Fender Telecaster kun je de verklaring voor zijn andere bijnaam zelf wel invullen.

Op "Cold Snap" uit 1986 vervagen de grenzen tussen blues, rock & roll, funk en jazz. Sterker nog op dit album maakt Albert Collins deze grenzen zelfs irrelevant. Het instrumentarium is uitgebreid; van gitaar (zowel lead als rhythm) tot bas, drums, percussie, toetsen en blazers. Juist hierdoor is "Cold Snap" mijn favoriete Albert Collins album.

Albert Collins verhaalt in zijn nummers met name over de relatie tussen man en vrouw. Dit kun je opvatten als cliché (en dat is het misschien ook wel), maar hij weet het op een inventieve en frisse manier te brengen. In het nummer "Too Many Dirty Dishes" beschuldigt hij zijn vrouw/vriendin vreemd te gaan, omdat er teveel vuile vaat in de gootsteen staat. Hoe verklaar je dat anders dan door te concluderen dat er een andere man over de vloer is geweest? Toch?

In "I Ain't Drunk" simuleert Albert Collins een echtelijke ruzie over of hij wel of niet dronken is. De zinsnede I ain't drunk, I'm just drinking is een typisch voorbeeld van hoe Albert Collins op een simpele doch treffende wijze typische alledaagse beslommeringen in een relatie beschrijft.

Prijsnummer op het album is "Lights Are On But Nobody's Home". Ik reken dit nummer zelfs tot één van mijn favoriete blues songs. Het is een slow blues van het allerhoogste niveau en de intro en het gitaarspel zijn simpelweg fenomenaal. Met zijn scherpe puntige gitaar licks brengt hij een klaagzang over hoe hij nooit iets goeds kan doen binnen een relatie.

Playin' with my mind babe
Always accusin' me of doin' wrong
I say you're playin' with my mind, woman
You're always accusin' me of doin' wrong
I can see your lights on baby
But I can't see, I can't see nobody home

Net als vele grote bluesartiesten is ook Albert Collins ons veel te vroeg ontvallen. Hij overleed in november 1993 aan de gevolgen van longkanker. Albert Collins werd 61. Hij zal niet alleen herinnerd worden aan de kwaliteit en kwantiteit van zijn albums, maar ook aan zijn energieke en humoristische live optredens. Hij stond erom bekend om regelmatig met zijn gitaar het publiek in te stappen en te midden van de mensenmassa gewoon door te spelen. Een prachtige anekdote doet uit de doeken hoe Albert Collins tegen het einde van een optreden in Chicago al spelend de club verliet met zijn gitaar aan een extra lange kabel en buiten bij de halte op de bus stapte. Met dat beeld in mijn gedachten zet ik "Cold Snap" nogmaals op en geniet ik van de unieke en gevarieerde muzikale tapijtjes van Albert Collins.

woensdag 11 mei 2011

Chris Rea - Stony Road (2002)

Elk jaar in december, zo ongeveer rond de tijd dat Sinterklaas ons land weer heeft verlaten, schallen de eerste kerstnummers uit de radio. Steevast kun je ervan uitgaan dat één van de eerste kerstnummers die je hoort "Driving Home for Christmas" van Chris Rea is. Bij Chris Rea had ik altijd het gevoel dat er iets niet klopte. Die stem en die slide gitaar pasten in mijn ogen niet bij het soort liedjes dat hij schreef en uitbracht.

Dit alles veranderde met het luisteren naar "Stony Road". Eindelijk had ik het gevoel dat de puzzelstukjes in elkaar vielen. Waarom nu wel, en voorheen niet? Chris Rea besloot eindelijk de plaat te maken die hij altijd al wilde maken, namelijk een bluesplaat. Hij werd hierbij geïnspireerd door zijn persoonlijke situatie. Bij Rea is kanker vastgesteld en gedurende die lijdensweg besloot hij tegen de wensen van zijn platenmaatschappij in een plaat te maken met muziek waar hij mee is opgegroeid. Om één keer te doen wat hij altijd had willen doen!

Deze bluesy en rootsy aanpak werkt uitstekend bij de schuurpapieren, doch warme stem van Chris Rea. Zijn venijnige en tegelijkertijd broeierige slide gitaarwerk maken het plaatje compleet. Hoe ironisch ook, maar ik moet toch keer op keer vaststellen dat persoonlijk leed vaak resulteert in de mooiste muziek. Ook Chris Rea weet zijn strijd tegen zijn ziekte op indringende, treffende, maar ook op gloedvolle wijze vast te leggen op "Stony Road".

Luisterend naar "When the Good Lord Talks to Jesus" krijg ik het gevoel dat Chris Rea zich een roepende in de woestijn voelt in zijn strijd tegen kanker, in de steek gelaten door iedereen:

See me moving without warning
Fast as my legs can run
And I''m hanging on a thin wire
Been that way since I was young
Only the good Lord got his reasons
For turning on his own son

Ook in het meeslepende "Easy Rider" voel je Chris Rea's pijn door merg en been gaan:

Well now come on easy rider
Turn this screaming fire
Down low
Yeah come on easy rider
Pull this pain
And let it go

Gelukkig heeft Chris Rea zijn ziekte het hoofd kunnen bieden. Volledig genezen zal hij helaas niet. Sinds "Stony Road" brengt Rea uitsluitend bluesgeoriënteerde muziek uit. Zijn concerten worden steeds schaarser en juist daarom vond ik het concert dat hij in maart 2010 gaf in de Heineken Music Hall te Amsterdam een gedenkwaardige om bij te wonen. Ondanks zijn zwakke gezondheid gaf hij een fenomenaal concert met vele momenten van kippenvel. Dus vergeet alle clichés over Chris Rea, en vergeet vooral "Driving Home for Christmas". Draai "Stony Road" en ontdek waar Rea's prachtige stem en gitaarwerk echt tot hun recht komen; in de blues!

woensdag 4 mei 2011

Ian Siegal - Meat & Potatoes (2005)

Blues gaat om gevoel, echtheid en authenticiteit. Al is de muziek nog zo goed, als ik niet geloof in hetgeen er wordt verkondigd, dan heb ik er geen "feeling" (om maar eens een populaire term te gebruiken) mee. Dit zal me bij Ian Siegal niet snel gebeuren. Deze Britse blueszanger en gitarist (1971) verkondigt blues diep geworteld in de rootsmuziek en met een flinke donder soul in zijn stem. De als Ian Berry geboren Siegal zou je kunnen typeren als doorleeft en echt.

Siegal haalt zijn inspiratie bij legendes als Muddy Waters, Howlin' Wolf, Bo Diddley, Son House, Junior Kimbrough en Tom Waits. En dit hoor je. Echter Siegal is in staat om er zijn eigen draai en invulling aan te geven. Siegal's broeierige muziek is verhalend en geeft je het gevoel dat je onderdeel uitmaakt van zijn teksten. Dit komt met name live goed tot zijn recht. Ik heb het voorrecht gehad een aantal van zijn concerten mee te maken en dat is een echte beleving. Siegal is niet alleen een fantastische zanger en(slide)gitarist maar ook een charismatische verhalenverteller en showman.

Op deze plaat uit 2005 wordt Siegal, naast zijn stuwende ritmesectie (Andy Graham op bas en Nicolaj Bjerre op drums), ondersteund door twee topmuzikanten, namelijk Matt Schofield op gitaar en Jonny Henderson op de hammond orgel. Schofield is een van mijn favoriete gitaristen en samen met de warme klanken van de toetsen van Henderson is dit de perfecte aanvulling op Siegal's stem en (slide)gitaarpartijen.

Hoogtepunt van de plaat is wat mij betreft het religieus getinte "Revelator (John the Apostle)". Siegal beschrijft op een indringende en intrigerende manier het einde der tijden. Het gitaarwerk (zowel solo als ritme) is ronduit fantastisch, om over de tekst nog maar te zwijgen.

When the first seal is broken, the sword of God on a white charger
With the second seal the horse is red, the sword of violence and fever
The third horse will be black, toil and greed consume the nations
And then will come the fourth horse, apocalypse and starvation
With five and six will come destruction, and when the seventh seal is broken
There will be silence up above while all below is devastation

Van deze plaat is ook een deluxe editie op de markt getiteld "A Bigger Plate of Meat & Potatoes". Aan deze editie is een bonus DVD toegevoegd met daarop de registratie van het concert dat Ian Siegal en band (inclusief Schofield en Henderson!) gaf op het North Sea Jazz Festival van 2005. Een werkelijke fenomenale show met veel werk van "Meat & Potatoes" en een aantal eigenzinnige uitvoeringen van bluesklassiekers.

Ik ben een groot fan van Ian Siegal en reken "Meat & Potatoes" dan ook tot mijn favorieten. Op 9 mei aanstaande komt de nieuwe plaat van Ian Siegal uit getiteld "The Skinny". Ik kijk er al tijden naar uit!