Persoonlijk vind ik dat de band terug had mogen komen onder de naam Big Blind. Immers zijn drie van de originele bandleden gebleven. Maar wellicht zien de heren het anders, en grijpen ze The Dynamite Blues Band aan als een nieuwe kans met nieuwe mogelijkheden. Ik ben in ieder geval blij dat de heren elkaar opnieuw gevonden hebben, en dat we weer kunnen genieten van dit Nederlandse blues talent.
zondag 14 december 2014
The Dynamite Blues Band - Shakedown & Boogie (2014)
Nederland kent een behoorlijke levendige bluesscene. De kwaliteit van de bandjes en artiesten mag dan ook aanzienlijk genoemd worden. Zo rond het jaar 2010 was er een bandje in opmars dat na een stormachtige livereputatie al snel met een tweetal uitstekende bluesalbums op de proppen kwam. Ze gingen door het leven als Big Blind. Na het tweede album kwam verrassend genoeg de mededeling dat Big Blind uit elkaar ging vanwege de al oude onenigheid over de muzikale richting. Wederom was er een veelbelovende bluesact een veel te vroege dood gestorven. Verbaasd was ik dan ook dat ik in oktober van dit jaar bij De Wereld Draait Door ineens een bekend gezicht op het podium zag staan. Naast Matthijs van Nieuwkerk stond daar Wesley van Werkhoven van het voormalige Big Blind. Hij vertelde over zijn nieuwe band en bij een tweede betere blik zag ik nog twee bekende gezichten. Naast Wesley stond daar tevens gitarist J.J. van Duijn en achter de drums zat Niels van Duindam. Beide tevens van het voormalige Big Blind. Ik dacht even dat de band een nieuw leven was ingeblazen maar al snel bleek het te gaan om The Dynamite Blues Band, met daarin de nieuwe bassist Renzo van Leeuwen.
Het debuutalbum van The Dynamite Blues Band is ”Shakedown & Boogie” getiteld. En die titel kon niet treffender. Deze jonge honden schotelen je een album lang opzwepende, energieke en springerige boogieblues voor in een moordend tempo. De gaskraan gaat vanaf het begin vol open en de rustige momenten zijn slechts schaars. Muzikaal klinkt het in het verlengde van Big Blind. The Dynamite Blues Band is wellicht ietwat meer gericht op de jump- en boogieblues, maar de rauwheid en ongepolijstheid van Big Blind is nog steeds duidelijk hoorbaar. De stem van zanger Wesley heeft een lekker rauw randje en hij blaast geregeld het glazuur van je tanden met zijn harmonica. Gitarist J.J. swingt als de neten in zijn riffs, maar ook de licks en de solo's zijn om van te watertanden. De ritmesectie van Niels en Renzo is solide en grooved heerlijk.
Persoonlijk vind ik dat de band terug had mogen komen onder de naam Big Blind. Immers zijn drie van de originele bandleden gebleven. Maar wellicht zien de heren het anders, en grijpen ze The Dynamite Blues Band aan als een nieuwe kans met nieuwe mogelijkheden. Ik ben in ieder geval blij dat de heren elkaar opnieuw gevonden hebben, en dat we weer kunnen genieten van dit Nederlandse blues talent.
Persoonlijk vind ik dat de band terug had mogen komen onder de naam Big Blind. Immers zijn drie van de originele bandleden gebleven. Maar wellicht zien de heren het anders, en grijpen ze The Dynamite Blues Band aan als een nieuwe kans met nieuwe mogelijkheden. Ik ben in ieder geval blij dat de heren elkaar opnieuw gevonden hebben, en dat we weer kunnen genieten van dit Nederlandse blues talent.
zaterdag 25 oktober 2014
Joe Bonamassa - Different Shades of Blues (2014)
Het begint bijna een gewoonte te worden dat Joe Bonamassa met meerdere releases op de proppen komt. In 2014 is dat niet anders. Ik kan me voorstellen dat het af en toe neigt naar overkill, maar Joe Bonamassa levert constante hoge kwaliteit en heeft mij nog nooit teleurgesteld. Eerder dit jaar verscheen de live registratie van zijn concertreeks samen met Beth Hart in Carré Amsterdam. Ook was daar de release van de indrukwekkende ”Tour de Force” reeks in Londen, waar Joe Bonamassa over vier avonden vier verschillende setlists afwerkte op vier verschillende locaties. Daarnaast verscheen ook nog het live album van Rock Candy Funk Party. Met dit gezelschap bewijst Joe Bonamassa zijn veelzijdigheid. Na al dat live geweld volgt dan nu de opvolger van ”Driving Towards the Daylight”.
Zijn nieuwste telg heet ”Different Shades of Blue”. In de aanloop van dit album, kondigde Joe Bonamassa aan dat dit zijn meest experimentele album zou worden. Nu valt dat met die experimenteerdrift wel mee, maar ”Different Shades of Blue” waaiert wel behoorlijk uit binnen het spectrum van de blues. Ook is dit het eerste album van Joe Bonamassa waar uitsluitend eigen composities op staan. Dit is op zich best een risico, aangezien Joe Bonamassa een meester is in het eigen maken van andermans werk. Het pakt allemaal uitstekend uit, want de gebruikelijke covers mis ik eigenlijk nergens.
Zoals gezegd vind ik de diversiteit, weliswaar binnen het blues genre, het sterke punt van dit album. Stevige gitaar liedjes worden afgewisseld met meer funky klinkende nummers, waarbij met name de blazers erg lekker klinken. De midtempo nummers klinken het meest meeslepend. Joe Bonamassa richt zich dan met name op prachtige intense gitaarsolo's. Een mooi voorbeeld daarvan is het titelnummer dat klinkt als een rockballad, maar onderhuids een echte bluesgevoel heeft. Ik vind de laatste vier nummers allemaal raak, en laten goed de diversiteit horen van ”Different Shades of Blue”. Het afsluitende ”So, What Would I Do” is een hemels mooie piano slowblues dat onmiddellijk voor kippenvel zorgt.
Verrassend is Joe Bonamassa al lang niet meer. Je kunt je zelfs afvragen of hij ooit verrassend is geweest. De blues is wat dat betreft een ondankbaar genre. Maar wat Joe Bonamassa keer op keer doet, getuigt niet alleen van een diepgewortelde passie van de blues, maar ook nog eens van een ongekend niveau van vakmanschap. Voor mij persoonlijk is ”Different Shades of Blue” daarvan nogmaals de bevestiging.
woensdag 22 oktober 2014
Nieuwe Releases 2014 (2)
Dat dit album er überhaupt is gekomen mag met recht een wonder heten. Walter Trout worstelt al enige tijd met zijn gezondheid en naar ik heb begrepen hebben ze de beste man voor de dood weggehaald. Een sterk verzwakte en vermagerde Trout heeft toch nog ergens de energie gevonden om ”The Blues Came Callin’” op te nemen. Hij moet hebben gedacht dat dit wel eens zijn laatste wapenfeit zou kunnen zijn en hij speelt letterlijk en figuurlijk of zijn leven er vanaf hangt. ”The Blues Came Callin’” staat bol van het meeslepende en indringende gitaarspel zoals we dat van Trout gewend zijn. Van zijn slechte gezondheid is trouwens nauwelijks iets merkbaar, want zijn gitaarspel is vlammend, maar ook warm en gloedvol. Dat laatste met name in een aantal prachtige slowblues liedjes. Je zou kunnen zeggen dat zijn stem wellicht iets minder krachtig is, maar dat is nauwelijks hoorbaar. Verwijzingen naar zijn ziekte zijn er o.a. op ”Wastin’ Away”, ”The Bottom of the River” en ”Hard Time”. De J.B. Lenoir klassieker ”The Whale Have Swallowed Me” krijgt een mooie bewerking, en het is er weer eentje die totaal anders is dan andere versies die ik ken. Het afsluitende ”Nobody Moves Me Like You Do” is een ode van Walter aan zijn vrouw Marie voor al haar steun tijdens zijn ziekte. Het is een prachtige slowblues met geweldig mooi gitaarspel, een echte tranentrekker. Mocht ”The Blues Came Callin’” inderdaad het laatste album van Trout zijn, dan is het een ouderwets goed bluesrockalbum geworden, waar Trout met recht trots op mag zijn. Wellicht een waardig afscheid, maar hopelijk de opmaat voor nog meer.
Ik heb een hekel aan het Eurovisie Songfestival, maar Nederland verrast me al twee jaar op rij met sterke inzendingen. Vorig jaar presteerde Anouk buitengewoon goed met het prachtige ”Birds”, en ook het bijbehorende album ”Sad Singalong Songs” vind ik goed. Dit jaar overtroffen ”The Common Linnets” zelfs die prestatie en ook hun (gelijknamige) album verdient alle lof. Nog even los van de uiteindelijke prestatie, vond ik het liedje ”Calm After the Storm” direct een mooi nummer. Maar mijn aandacht werd pas echt gevestigd toen ik een documentaire op tv zag over de totstandkoming van het album. Het blijkt dat mijn persoonlijke held Daniël Lohues een behoorlijke bijdrage heeft geleverd in het schrijven van de muziek. Dus voordat Waylon en Ilse zich naar de tweede plek zongen, heb ik op of rond de releasedag ”The Common Linnets” op vinyl aangeschaft. En na een luisterbeurt was ik al om. Eindelijk hoorde ik Waylon en Ilse in het genre waar hun talenten naar mijn mening het beste tot hun recht komen. Met name de samenzang vind ik bij tijd en wijlen betoverend mooi. Vooral op het adembenemende ”Still Loving After You” zorgt dat voor kippenvel. Na een aantal luisterbeurten wordt het album steeds sterker en krijg ik associaties met Robert Plant en Alison Krauss. Al vind ik hun samenwerking net wat sterker, vooral door de dreiging en spanning in de obscure roots songs, krijg ik bij ”The Common Linnets” toch hetzelfde prettige gevoel als bij ”Raising Sand” van Plant en Krauss. Dit manifesteert zich met name in de eerder aangehaalde prachtige tweestemmige vocalen. Instrumentaal is ”The Common Linnets” meer dan dik in orde. De muziek klinkt Amerikaans en dat vind ik in deze setting een compliment. Wat wil je ook met dergelijke muzikanten. Vooral het snarenwerk vind ik prachtig. Wat dat betreft ook een compliment aan multi-instrumentalist JB Meijers. Hoogtepunten zijn voor mij ”Hungry Hands”, het eerder genoemde ”Still Loving After You”, ”Broken But Home” (weer die samenzang), ”Time Has No Mercy” (heerlijk folky) en ”When Love Was King”. Waylon en Ilse DeLange etaleren hun echte talent op ”The Common Linnets” en wat mij betreft hoeft het niet bij een gelegenheidsduo te blijven.
Na een eerste luisterbeurt van ”D” was ik eigenlijk een beetje teleurgesteld. Ik vind het vollere geluid, met hier en daar zelfs weer wat genuanceerd elektrisch gitaarspel, op voorganger ”Ericana” erg mooi en ik had gehoopt/verwacht dat hij die lijn zou doorzetten. In plaats daarvan grijpt Daniël Lohues op ”D” weer terug naar de sobere, maar zeer smaakvolle, muzikale aankleding op zijn vroegere soloalbums. Maar hoe vaker ik naar ”D” luister, hoe mooier hij wordt. Met name inhoudelijk vind ik ”D” weer een pareltje. De ietwat sobere begeleiding vind ik dan ineens geen bezwaar meer. Sterker nog: het past uitstekend bij de verhaaltjes die Lohues ons wederom voorschotelt. De thema’s zijn bij Lohues wel bekend. De liedjes op ”D” gaan vooral over relaties, de liefde, vriendschap, de gewone dingen des levens en zijn zo geliefde platteland (lees Drenthe). Zoals we van Lohues gewend zijn smeedt hij weer de mooiste en treffendste zinnen in het Drents. Wederom een genot om naar te luisteren; alles is herkenbaar, ogenschijnlijk simpel, maar daarin schuilt juist de ongekende kracht van de troubadour Lohues. Dus na een wat stroeve start is ”D” echt een groeialbum gebleken en vind ik ”D” nergens onderdoen voor ”Ericana” of zijn andere soloalbums wat dat betreft. Daniël Lohues blijft op ongekend hoog niveau albums afleveren en ”D” is daarop dus geen uitzondering. Hollands (of eigenlijk Drents) glorie!
De voorgaande albums van Drive-By Truckers zijn zeker niet slecht, sterker nog deze band levert al jarenlang gewoon goede albums af. Wel vond ik naar verloop van tijd de country invloeden de overhand nemen ten opzichte van de Southern rock en daarmee ging dat rauwe randje wel verloren. Op ”English Oceans” is dat rauwe randje weer terug. De dubbele gitaartandem laat van zich spreken en met name de eerste helft van ”English Oceans” is stevig te noemen. Patterson en Cooley leveren om en om gewoon sterke liedjes af. Opener ”Shit Shots Count” is direct een hoogtepunt. Een heerlijke riff, maar let ook op blazers tegen het einde van het liedje. Onverwacht, maar het werkt wonderwel goed. De lapsteel gitaar is op ”English Oceans” niet meer te horen, maar daar staat heel mooi toetsen- en pianowerk tegenover. ”Pauline Hawkins” is weer zo’n geweldig nummer, net als ”Hanging On”, ”When Walter Went Crazy” en het broeierige ”Grand Canyon”. Op de tweede helft van ”English Oceans” gaat het tempo wel iets naar beneden en horen we meer rootsinvloeden. Ik vind de liedjes stuk voor stuk sterk en naast de heerlijke muzikale omlijsting bewijzen Patterson en Cooley eens te meer dat ze fantastische verhalenvertellers zijn. ”The Dirty South” blijft mijn favoriete album van Drive-By Truckers, vooral door die rauwheid en grimmigheid, maar ”English Oceans” mag zich wat mij betreft meten met het beste werk van Drive-By Truckers. P.S. de hoes is ook fantastisch.
Ik heb een hekel aan het Eurovisie Songfestival, maar Nederland verrast me al twee jaar op rij met sterke inzendingen. Vorig jaar presteerde Anouk buitengewoon goed met het prachtige ”Birds”, en ook het bijbehorende album ”Sad Singalong Songs” vind ik goed. Dit jaar overtroffen ”The Common Linnets” zelfs die prestatie en ook hun (gelijknamige) album verdient alle lof. Nog even los van de uiteindelijke prestatie, vond ik het liedje ”Calm After the Storm” direct een mooi nummer. Maar mijn aandacht werd pas echt gevestigd toen ik een documentaire op tv zag over de totstandkoming van het album. Het blijkt dat mijn persoonlijke held Daniël Lohues een behoorlijke bijdrage heeft geleverd in het schrijven van de muziek. Dus voordat Waylon en Ilse zich naar de tweede plek zongen, heb ik op of rond de releasedag ”The Common Linnets” op vinyl aangeschaft. En na een luisterbeurt was ik al om. Eindelijk hoorde ik Waylon en Ilse in het genre waar hun talenten naar mijn mening het beste tot hun recht komen. Met name de samenzang vind ik bij tijd en wijlen betoverend mooi. Vooral op het adembenemende ”Still Loving After You” zorgt dat voor kippenvel. Na een aantal luisterbeurten wordt het album steeds sterker en krijg ik associaties met Robert Plant en Alison Krauss. Al vind ik hun samenwerking net wat sterker, vooral door de dreiging en spanning in de obscure roots songs, krijg ik bij ”The Common Linnets” toch hetzelfde prettige gevoel als bij ”Raising Sand” van Plant en Krauss. Dit manifesteert zich met name in de eerder aangehaalde prachtige tweestemmige vocalen. Instrumentaal is ”The Common Linnets” meer dan dik in orde. De muziek klinkt Amerikaans en dat vind ik in deze setting een compliment. Wat wil je ook met dergelijke muzikanten. Vooral het snarenwerk vind ik prachtig. Wat dat betreft ook een compliment aan multi-instrumentalist JB Meijers. Hoogtepunten zijn voor mij ”Hungry Hands”, het eerder genoemde ”Still Loving After You”, ”Broken But Home” (weer die samenzang), ”Time Has No Mercy” (heerlijk folky) en ”When Love Was King”. Waylon en Ilse DeLange etaleren hun echte talent op ”The Common Linnets” en wat mij betreft hoeft het niet bij een gelegenheidsduo te blijven.
Na een eerste luisterbeurt van ”D” was ik eigenlijk een beetje teleurgesteld. Ik vind het vollere geluid, met hier en daar zelfs weer wat genuanceerd elektrisch gitaarspel, op voorganger ”Ericana” erg mooi en ik had gehoopt/verwacht dat hij die lijn zou doorzetten. In plaats daarvan grijpt Daniël Lohues op ”D” weer terug naar de sobere, maar zeer smaakvolle, muzikale aankleding op zijn vroegere soloalbums. Maar hoe vaker ik naar ”D” luister, hoe mooier hij wordt. Met name inhoudelijk vind ik ”D” weer een pareltje. De ietwat sobere begeleiding vind ik dan ineens geen bezwaar meer. Sterker nog: het past uitstekend bij de verhaaltjes die Lohues ons wederom voorschotelt. De thema’s zijn bij Lohues wel bekend. De liedjes op ”D” gaan vooral over relaties, de liefde, vriendschap, de gewone dingen des levens en zijn zo geliefde platteland (lees Drenthe). Zoals we van Lohues gewend zijn smeedt hij weer de mooiste en treffendste zinnen in het Drents. Wederom een genot om naar te luisteren; alles is herkenbaar, ogenschijnlijk simpel, maar daarin schuilt juist de ongekende kracht van de troubadour Lohues. Dus na een wat stroeve start is ”D” echt een groeialbum gebleken en vind ik ”D” nergens onderdoen voor ”Ericana” of zijn andere soloalbums wat dat betreft. Daniël Lohues blijft op ongekend hoog niveau albums afleveren en ”D” is daarop dus geen uitzondering. Hollands (of eigenlijk Drents) glorie!
De voorgaande albums van Drive-By Truckers zijn zeker niet slecht, sterker nog deze band levert al jarenlang gewoon goede albums af. Wel vond ik naar verloop van tijd de country invloeden de overhand nemen ten opzichte van de Southern rock en daarmee ging dat rauwe randje wel verloren. Op ”English Oceans” is dat rauwe randje weer terug. De dubbele gitaartandem laat van zich spreken en met name de eerste helft van ”English Oceans” is stevig te noemen. Patterson en Cooley leveren om en om gewoon sterke liedjes af. Opener ”Shit Shots Count” is direct een hoogtepunt. Een heerlijke riff, maar let ook op blazers tegen het einde van het liedje. Onverwacht, maar het werkt wonderwel goed. De lapsteel gitaar is op ”English Oceans” niet meer te horen, maar daar staat heel mooi toetsen- en pianowerk tegenover. ”Pauline Hawkins” is weer zo’n geweldig nummer, net als ”Hanging On”, ”When Walter Went Crazy” en het broeierige ”Grand Canyon”. Op de tweede helft van ”English Oceans” gaat het tempo wel iets naar beneden en horen we meer rootsinvloeden. Ik vind de liedjes stuk voor stuk sterk en naast de heerlijke muzikale omlijsting bewijzen Patterson en Cooley eens te meer dat ze fantastische verhalenvertellers zijn. ”The Dirty South” blijft mijn favoriete album van Drive-By Truckers, vooral door die rauwheid en grimmigheid, maar ”English Oceans” mag zich wat mij betreft meten met het beste werk van Drive-By Truckers. P.S. de hoes is ook fantastisch.
zondag 31 augustus 2014
Marc Ford & Rich Robinson (2014)
Marc Ford en Rich Robinson hebben een verleden met elkaar. Ford speelde lange tijd als lead gitarist bij The Black Crowes. Robinson (ook gitarist) is met zijn broer Chris (zang) nog steeds de kern van deze band. Nu The Black Crowes (wederom) een pauze hebben ingelast is er de mogelijkheid om andere projecten te initiëren. Beide heren grijpen op hun solo albums terug naar ouderwetse rootsmuziek.
Marc Ford, vooral bekend vanwege zijn jarenlange fantastische werk als leadgitarist van The Black Crowes, levert met ”Holy Ghost” een prachtig album af. Na zijn vertrek (en reünie en wederom vertrek) bij The Black Crowes kwam Ford op de proppen met een serie uitstekende albums vol met bluesrock. Maar ”Holy Ghost” tapt uit een ander vaatje. In 2012 produceerde Marc Ford het album ”The Pines” van Phantom Limb. Ik denk dat Ford hierdoor geïnspireerd raakte, want net als ”The Pines”, grijpt ”Holy Ghost” terug naar de authentieke roots en country van weleer. Daarom is het niet verwonderlijk dat Ford op ”Holy Ghost” wordt bijgestaan door muzikanten van Phantom Limb. De muziek is dus niet vernieuwend of baanbrekend, maar wat is het hemels mooi zeg! De instrumentatie is authentiek en het gitaarspel van Ford is, weliswaar ingetogen, van grote klasse. De afwisseling tussen akoestisch en elektrisch is gebalanceerd en smaakvol en de steel gitaar zorgt voor die mooie country snik. Wow, wat houd ik van dat instrument. Het allermooiste aan ”Holy Ghost” vind ik de prachtige melodieën. Ik krijg er met regelmaat kippenvel van. De arrangementen zijn ontzettend sfeervol. De gehele vibe van ”Holy Ghost” laat me onderdompelen in een bad van serene rust en schoonheid. Wat een album, en wat mij betreft voer voor de jaarlijstjes van 2014.
Nu The Black Crowes hun zoveelste sabbatical houden hebben de gebroeders Robinson tijd voor soloprojecten. Chris kwam dit jaar al met het derde album van zijn Chris Robinson Brotherhood. Rich kan daarom niet achterblijven en komt met zijn ”The Ceaseless Sight”. En ik moet zeggen, Rich heeft zich zelf overtroffen, want ”The Ceaseless Sight” is een prachtig album. Eigenlijk doet alleen opener ”I Know You” je nog enigszins denken aan The Black Crowes, maar voor de rest is het de roots en americana die overheersen. Uiteraard laat Robinson ook horen wat voor geweldige gitarist hij is. De melodie is zijn handelsmerk, in The Black Crowes, maar ook op zijn soloalbums. Met zijn zes snaren weeft Robinson prachtige meeslepende en vaak dromerige gitaartapijtjes die zich direct tussen je oren nestelen. Maar ook de stem van Robinson is dik in orde. Niet zo goed als zijn broer Chris, maar dat is nergens een probleem op ”The Ceaseless Sight”. Daarnaast vind ik de koortjes erg mooi. Ik hoor eigenlijk wel overeenkomsten met het album van de ex-gitarist van The Black Crowes, Marc Ford. Zijn ”Holy Ghost” en deze ”The Ceaseless Sight” ademenen mijn inziens dezelfde sfeer uit. Robinson kiest voor iets prominenter gitaarwerk, maar beide albums grijpen terug naar het authentieke country, roots en americana geluid. Net als ”Holy Ghost” van Ford is ”The Ceaseless Sight” van Rich Robinson voer voor de eindejaarslijstjes. Een parel van een album, zowel muzikaal, maar ook qua artwork van de LP.
Nu The Black Crowes hun zoveelste sabbatical houden hebben de gebroeders Robinson tijd voor soloprojecten. Chris kwam dit jaar al met het derde album van zijn Chris Robinson Brotherhood. Rich kan daarom niet achterblijven en komt met zijn ”The Ceaseless Sight”. En ik moet zeggen, Rich heeft zich zelf overtroffen, want ”The Ceaseless Sight” is een prachtig album. Eigenlijk doet alleen opener ”I Know You” je nog enigszins denken aan The Black Crowes, maar voor de rest is het de roots en americana die overheersen. Uiteraard laat Robinson ook horen wat voor geweldige gitarist hij is. De melodie is zijn handelsmerk, in The Black Crowes, maar ook op zijn soloalbums. Met zijn zes snaren weeft Robinson prachtige meeslepende en vaak dromerige gitaartapijtjes die zich direct tussen je oren nestelen. Maar ook de stem van Robinson is dik in orde. Niet zo goed als zijn broer Chris, maar dat is nergens een probleem op ”The Ceaseless Sight”. Daarnaast vind ik de koortjes erg mooi. Ik hoor eigenlijk wel overeenkomsten met het album van de ex-gitarist van The Black Crowes, Marc Ford. Zijn ”Holy Ghost” en deze ”The Ceaseless Sight” ademenen mijn inziens dezelfde sfeer uit. Robinson kiest voor iets prominenter gitaarwerk, maar beide albums grijpen terug naar het authentieke country, roots en americana geluid. Net als ”Holy Ghost” van Ford is ”The Ceaseless Sight” van Rich Robinson voer voor de eindejaarslijstjes. Een parel van een album, zowel muzikaal, maar ook qua artwork van de LP.
Abonneren op:
Posts (Atom)







