woensdag 22 oktober 2014

Nieuwe Releases 2014 (2)

Dat dit album er überhaupt is gekomen mag met recht een wonder heten. Walter Trout worstelt al enige tijd met zijn gezondheid en naar ik heb begrepen hebben ze de beste man voor de dood weggehaald. Een sterk verzwakte en vermagerde Trout heeft toch nog ergens de energie gevonden om ”The Blues Came Callin’” op te nemen. Hij moet hebben gedacht dat dit wel eens zijn laatste wapenfeit zou kunnen zijn en hij speelt letterlijk en figuurlijk of zijn leven er vanaf hangt. ”The Blues Came Callin’” staat bol van het meeslepende en indringende gitaarspel zoals we dat van Trout gewend zijn. Van zijn slechte gezondheid is trouwens nauwelijks iets merkbaar, want zijn gitaarspel is vlammend, maar ook warm en gloedvol. Dat laatste met name in een aantal prachtige slowblues liedjes. Je zou kunnen zeggen dat zijn stem wellicht iets minder krachtig is, maar dat is nauwelijks hoorbaar. Verwijzingen naar zijn ziekte zijn er o.a. op ”Wastin’ Away”, ”The Bottom of the River” en ”Hard Time”. De J.B. Lenoir klassieker ”The Whale Have Swallowed Me” krijgt een mooie bewerking, en het is er weer eentje die totaal anders is dan andere versies die ik ken. Het afsluitende ”Nobody Moves Me Like You Do” is een ode van Walter aan zijn vrouw Marie voor al haar steun tijdens zijn ziekte. Het is een prachtige slowblues met geweldig mooi gitaarspel, een echte tranentrekker. Mocht ”The Blues Came Callin’” inderdaad het laatste album van Trout zijn, dan is het een ouderwets goed bluesrockalbum geworden, waar Trout met recht trots op mag zijn. Wellicht een waardig afscheid, maar hopelijk de opmaat voor nog meer.


Ik heb een hekel aan het Eurovisie Songfestival, maar Nederland verrast me al twee jaar op rij met sterke inzendingen. Vorig jaar presteerde Anouk buitengewoon goed met het prachtige ”Birds”, en ook het bijbehorende album ”Sad Singalong Songs” vind ik goed. Dit jaar overtroffen ”The Common Linnets” zelfs die prestatie en ook hun (gelijknamige) album verdient alle lof. Nog even los van de uiteindelijke prestatie, vond ik het liedje ”Calm After the Storm” direct een mooi nummer. Maar mijn aandacht werd pas echt gevestigd toen ik een documentaire op tv zag over de totstandkoming van het album. Het blijkt dat mijn persoonlijke held Daniël Lohues een behoorlijke bijdrage heeft geleverd in het schrijven van de muziek. Dus voordat Waylon en Ilse zich naar de tweede plek zongen, heb ik op of rond de releasedag ”The Common Linnets” op vinyl aangeschaft. En na een luisterbeurt was ik al om. Eindelijk hoorde ik Waylon en Ilse in het genre waar hun talenten naar mijn mening het beste tot hun recht komen. Met name de samenzang vind ik bij tijd en wijlen betoverend mooi. Vooral op het adembenemende ”Still Loving After You” zorgt dat voor kippenvel. Na een aantal luisterbeurten wordt het album steeds sterker en krijg ik associaties met Robert Plant en Alison Krauss. Al vind ik hun samenwerking net wat sterker, vooral door de dreiging en spanning in de obscure roots songs, krijg ik bij ”The Common Linnets” toch hetzelfde prettige gevoel als bij ”Raising Sand” van Plant en Krauss. Dit manifesteert zich met name in de eerder aangehaalde prachtige tweestemmige vocalen. Instrumentaal is ”The Common Linnets” meer dan dik in orde. De muziek klinkt Amerikaans en dat vind ik in deze setting een compliment. Wat wil je ook met dergelijke muzikanten. Vooral het snarenwerk vind ik prachtig. Wat dat betreft ook een compliment aan multi-instrumentalist JB Meijers. Hoogtepunten zijn voor mij ”Hungry Hands”, het eerder genoemde ”Still Loving After You”, ”Broken But Home” (weer die samenzang), ”Time Has No Mercy” (heerlijk folky) en ”When Love Was King”. Waylon en Ilse DeLange etaleren hun echte talent op ”The Common Linnets” en wat mij betreft hoeft het niet bij een gelegenheidsduo te blijven.


Na een eerste luisterbeurt van ”D” was ik eigenlijk een beetje teleurgesteld. Ik vind het vollere geluid, met hier en daar zelfs weer wat genuanceerd elektrisch gitaarspel, op voorganger ”Ericana” erg mooi en ik had gehoopt/verwacht dat hij die lijn zou doorzetten. In plaats daarvan grijpt Daniël Lohues op ”D” weer terug naar de sobere, maar zeer smaakvolle, muzikale aankleding op zijn vroegere soloalbums. Maar hoe vaker ik naar ”D” luister, hoe mooier hij wordt. Met name inhoudelijk vind ik ”D” weer een pareltje. De ietwat sobere begeleiding vind ik dan ineens geen bezwaar meer. Sterker nog: het past uitstekend bij de verhaaltjes die Lohues ons wederom voorschotelt. De thema’s zijn bij Lohues wel bekend. De liedjes op ”D” gaan vooral over relaties, de liefde, vriendschap, de gewone dingen des levens en zijn zo geliefde platteland (lees Drenthe). Zoals we van Lohues gewend zijn smeedt hij weer de mooiste en treffendste zinnen in het Drents. Wederom een genot om naar te luisteren; alles is herkenbaar, ogenschijnlijk simpel, maar daarin schuilt juist de ongekende kracht van de troubadour Lohues. Dus na een wat stroeve start is ”D” echt een groeialbum gebleken en vind ik ”D” nergens onderdoen voor ”Ericana” of zijn andere soloalbums wat dat betreft. Daniël Lohues blijft op ongekend hoog niveau albums afleveren en ”D” is daarop dus geen uitzondering. Hollands (of eigenlijk Drents) glorie!


De voorgaande albums van Drive-By Truckers zijn zeker niet slecht, sterker nog deze band levert al jarenlang gewoon goede albums af. Wel vond ik naar verloop van tijd de country invloeden de overhand nemen ten opzichte van de Southern rock en daarmee ging dat rauwe randje wel verloren. Op ”English Oceans” is dat rauwe randje weer terug. De dubbele gitaartandem laat van zich spreken en met name de eerste helft van ”English Oceans” is stevig te noemen. Patterson en Cooley leveren om en om gewoon sterke liedjes af. Opener ”Shit Shots Count” is direct een hoogtepunt. Een heerlijke riff, maar let ook op blazers tegen het einde van het liedje. Onverwacht, maar het werkt wonderwel goed. De lapsteel gitaar is op ”English Oceans” niet meer te horen, maar daar staat heel mooi toetsen- en pianowerk tegenover. ”Pauline Hawkins” is weer zo’n geweldig nummer, net als ”Hanging On”, ”When Walter Went Crazy” en het broeierige ”Grand Canyon”. Op de tweede helft van ”English Oceans” gaat het tempo wel iets naar beneden en horen we meer rootsinvloeden. Ik vind de liedjes stuk voor stuk sterk en naast de heerlijke muzikale omlijsting bewijzen Patterson en Cooley eens te meer dat ze fantastische verhalenvertellers zijn. ”The Dirty South” blijft mijn favoriete album van Drive-By Truckers, vooral door die rauwheid en grimmigheid, maar ”English Oceans” mag zich wat mij betreft meten met het beste werk van Drive-By Truckers. P.S. de hoes is ook fantastisch.

zondag 31 augustus 2014

Marc Ford & Rich Robinson (2014)

Marc Ford en Rich Robinson hebben een verleden met elkaar. Ford speelde lange tijd als lead gitarist bij The Black Crowes. Robinson (ook gitarist) is met zijn broer Chris (zang) nog steeds de kern van deze band. Nu The Black Crowes (wederom) een pauze hebben ingelast is er de mogelijkheid om andere projecten te initiëren. Beide heren grijpen op hun solo albums terug naar ouderwetse rootsmuziek.

Marc Ford, vooral bekend vanwege zijn jarenlange fantastische werk als leadgitarist van The Black Crowes, levert met ”Holy Ghost” een prachtig album af. Na zijn vertrek (en reünie en wederom vertrek) bij The Black Crowes kwam Ford op de proppen met een serie uitstekende albums vol met bluesrock. Maar ”Holy Ghost” tapt uit een ander vaatje. In 2012 produceerde Marc Ford het album ”The Pines” van Phantom Limb. Ik denk dat Ford hierdoor geïnspireerd raakte, want net als ”The Pines”, grijpt ”Holy Ghost” terug naar de authentieke roots en country van weleer. Daarom is het niet verwonderlijk dat Ford op ”Holy Ghost” wordt bijgestaan door muzikanten van Phantom Limb. De muziek is dus niet vernieuwend of baanbrekend, maar wat is het hemels mooi zeg! De instrumentatie is authentiek en het gitaarspel van Ford is, weliswaar ingetogen, van grote klasse. De afwisseling tussen akoestisch en elektrisch is gebalanceerd en smaakvol en de steel gitaar zorgt voor die mooie country snik. Wow, wat houd ik van dat instrument. Het allermooiste aan ”Holy Ghost” vind ik de prachtige melodieën. Ik krijg er met regelmaat kippenvel van. De arrangementen zijn ontzettend sfeervol. De gehele vibe van ”Holy Ghost” laat me onderdompelen in een bad van serene rust en schoonheid. Wat een album, en wat mij betreft voer voor de jaarlijstjes van 2014.

Nu The Black Crowes hun zoveelste sabbatical houden hebben de gebroeders Robinson tijd voor soloprojecten. Chris kwam dit jaar al met het derde album van zijn Chris Robinson Brotherhood. Rich kan daarom niet achterblijven en komt met zijn ”The Ceaseless Sight”. En ik moet zeggen, Rich heeft zich zelf overtroffen, want ”The Ceaseless Sight” is een prachtig album. Eigenlijk doet alleen opener ”I Know You” je nog enigszins denken aan The Black Crowes, maar voor de rest is het de roots en americana die overheersen. Uiteraard laat Robinson ook horen wat voor geweldige gitarist hij is. De melodie is zijn handelsmerk, in The Black Crowes, maar ook op zijn soloalbums. Met zijn zes snaren weeft Robinson prachtige meeslepende en vaak dromerige gitaartapijtjes die zich direct tussen je oren nestelen. Maar ook de stem van Robinson is dik in orde. Niet zo goed als zijn broer Chris, maar dat is nergens een probleem op ”The Ceaseless Sight”. Daarnaast vind ik de koortjes erg mooi. Ik hoor eigenlijk wel overeenkomsten met het album van de ex-gitarist van The Black Crowes, Marc Ford. Zijn ”Holy Ghost” en deze ”The Ceaseless Sight” ademenen mijn inziens dezelfde sfeer uit. Robinson kiest voor iets prominenter gitaarwerk, maar beide albums grijpen terug naar het authentieke country, roots en americana geluid. Net als ”Holy Ghost” van Ford is ”The Ceaseless Sight” van Rich Robinson voer voor de eindejaarslijstjes. Een parel van een album, zowel muzikaal, maar ook qua artwork van de LP. 

donderdag 3 juli 2014

Joe Bonamassa - Tour de Force, Live in London: Shepherd's Bush Empire (2014)

In het voorjaar van 2013, als afronding van zijn Europese tour, levert Joe Bonamassa een prestatie van formaat. Hij besluit om vier concerten te geven in London, op vier verschillende locaties met vier verschillende bands en met vier verschillende setlists. De betreffende optredens staan voor de diverse stadia van Bonamassa’s loopbaan en de verschillende genres die zijn oeuvre rijk is. Deze serie optredens worden omgedoopt tot ”Tour de Force, Live in London” en als locaties worden The Borderline, Shepherd’s Bush Empire, Hammersmith Apollo en Royal Albert Hall gekozen.

Het eerste optreden, in The Borderline, representeert de begindagen van Bonamassa’s carrière. The Borderline is een kleine club en Bonamassa speelt in een trio bezetting. Waar Bonamassa normaalgesproken in kostuum optreedt, steekt hij zich in The Borderline gewoon in een spijkerbroek en een t-shirt. Het tweede concert, in Shepherd’s Bush Empire, draait om de blues, maar daarover straks meer. De derde avond, in Hammersmith Apollo, staat in het teken van de meer rock georiënteerde liedjes in het arsenaal van Bonamassa. Tenslotte is het vierde en laatste optreden een dwarsdoorsnede van de man’s gehele oeuvre en verandert de samenstelling van de band gedurende het concert. Eerder verschenen deze vier optredens op DVD en Blue-Ray, en zijn dan nu ook op CD en LP uitgebracht.

Hoewel alle vier de optredens van uitzonderlijke klasse zijn, steekt er persoonlijk voor mij toch eentje bovenuit.  In hart en nieren is Joe Bonamassa een blues man, en het is dan ook niet verwonderlijk dat mijn voorkeur uitgaat naar de avond waarop de blues centraal staat, en dat is het optreden in Shepherd’s Bush Empire. Deze avond wordt de band aangevuld met een blazerssectie en dat versterkt het bluesgevoel. Over de band gesproken: het zijn stuk voor stuk topmuzikanten die gezamenlijk klinken als een onvervalste stampende en dampende bluesmachine. Naast Bonamassa op zang en gitaar hoor je Carmine Rojas op bas, Tal Bergman op drums, Arlan Schierbaum op toetsen, Lee Thornburg op trompet, Sean Freeman op saxofoon en Mike Feltham op trombone.

De setlist die avond is een uitgebalanceerde mix tussen opzwepende en swingende bluesnummers en intense en meeslepende slowblues. Vooral bij de uptempo liedjes worden de blazers van stal gehaald en dat zorgt voor extra warmte en groove. Ook het toetsenspel van Schierbaum levert hier een significante bijdrage aan. De slowblues liedjes zijn stuk voor stuk van hemelse schoonheid en dat zijn dan ook de liedjes die me het meeste raken. Met ”Midnight Blues” krijgt Gary Moore een mooi eerbetoon. Andere kippenvelmomenten zijn ”So Many Roads” , ”Chains & Things”, ”The Great Flood” en ”Asking Around for You”.

Het gitaarspel van Bonamassa behoeft eigenlijk geen uitleg, want ook hier is het weer van buitengewone klasse en adembenemende schoonheid. Of het nu in de snellere liedjes is, de midtempo nummers of in de slowblues liedjes, Bonamassa kan het allemaal. Zijn gitaarspel is sfeerbepalend en draagt het liedje van begin tot eind. In de gehele opbouw, van riff, tot lick tot solo, Bonamassa overtuigt tot en met. Maar ook zijn stem is het vermelden waard. Hij heeft hier duidelijk een ontwikkeling doorgemaakt en live komt dat volledig tot wasdom. Net als met zijn gitaarspel bepaalt Bonamassa ook met zijn stem de sfeer en beleving van het liedje.


Dit optreden in Shepherd’s Bush Empire, met deze setlist, maken dit concert voor mij tot het ultieme optreden van deze moderne bluesheld. In de blues is Bonamassa op zijn best en dat is ook uiteindelijk hoe ik hem het liefste hoor, hoe veelzijdig hij ook is. Ik verbaas me nog steeds over de arbeidsproductiviteit van Joe Bonamassa. Bijna elk jaar volgen er meerdere releases. Of dit nu zijn solowerk is, zijn andere projecten, of zijn samenwerking met Beth Hart, de muziek blijft maar komen, en altijd van ongekend hoog niveau. Het Tour de Force project past daar ook in en ze zijn alle vier absoluut de moeite waard. Maar als echte bluesliefhebber kan ik de DVD/Blue-Ray/CD/LP van het optreden in Shepherd’s Bush Empire van harte aanbevelen. Dit behoort wat mij betreft tot de beste (live) bluesreleases van 2014, maar ook van dit decennium. Joe Bonamassa laat horen dat de blues van alle tijden is!

woensdag 4 juni 2014

Nieuwe Releases 2014 (1)

Tja hoe moet je deze nieuwe Bruce Springsteen nu plaatsen? Is het een allegaartje van left-overs, een luchtig tussendoortje of een volwaardig studioalbum. In dit soort situaties hanteer ik altijd voor mezelf de volgende stelregel: zijn het liedjes die al eens eerder op een studioalbum zijn verschenen? Nee? Dan beschouw ik het album in kwestie als een nieuw studioalbum. Volgens mij gaat deze vlieger op bij ”High Hopes”. Ik durf dat niet met de grootste stelligheid te beweren, aangezien ik geen expert ben in het oeuvre van Springsteen. Het enige dat ik weet dat een aantal nummers van ”High Hopes” al wel eens live ten gehore zijn gebracht, maar nog niet op een studioalbum zijn verschenen. Genoeg over de kwalificatie van dit album, dan de muziek: als ik naar ”High Hopes” luister, dan hoor ik een gedreven Bruce Springsteen. Ik krijg nergens de indruk van een inspiratieloze Boss en ondanks dat niet alle nummers van zijn hand zijn, brengt hij ze met dezelfde passie en intensiteit. Over de urgentie kun je discussiëren, maar het eventuele gebrek daaraan stoort me nergens op ”High Hopes”. De opener en titeltrack is direct een van mijn favorieten. Heerlijk hoe de blazers er extra glans aan geven. ”American Skin (41 Shots)” ken ik alleen van het live album opgenomen in New York, maar deze studioversie is er eentje om je vingers bij af te likken. Het absolute hoogtepunt vind ik ”The Ghost of Tom Joad”, en dan kom je direct uit bij Tom Morello. Niet alleen op dit nummer, maar op alle nummers waarop hij meespeelt vind ik het een waardevolle toevoeging. Zijn gitaarspel is niet alleen uniek en herkenbaar, het vormt een mooi tegengewicht aan het spel van Springsteen zelf en voegt extra dynamiek toe aan de liedjes. Morello is een gitarist die buiten de lijntjes kleurt en uitermate originele licks, riffs en solo’s speelt. Ik kan me heel goed voorstellen dat je eraan moet wennen, of dat je het niet vindt passen, maar persoonlijk vind ik het een geweldige zet van Springsteen om Morello aan boord te halen. De samenwerking tussen beide komt dan ook tot een hoogtepunt in het eerder genoemde ”The Ghost of Tom Joad”. Ik ben dan ook zeer content met ”High Hopes”, ik vind het een heerlijk album om naar te luisteren. Tom Morello zorgt voor een scherp randje en Springsteen zelf vind ik gewoon weer goed. Uiteindelijk vind ik ”High Hopes” beter dan ”Wrecking Ball”. Als ”High Hopes” dan toch als tussendoortje wordt gezien, dan mag Bruce er wat mij betreft gewoon mee doorgaan. Een goed begin van 2014.


”Give The People What They Want” zou eigenlijk al in 2013 moeten verschijnen, maar de slechter wordende gezondheid van Sharon Jones gooide roet in het eten. Ze vocht en overwon kanker. Ik kan me een beetje voorstellen hoe dat moet zijn geweest, samen met de indringende verhalen die je wel eens hoort uit de media of van vrienden/kennissen. De liedjes op ”Give The People What They Want” waren eigenlijk al klaar, voordat het noodlot toesloeg. Ondanks dat zitten de liedjes in mijn beleving vol verwijzingen naar die moeilijke periode. In een aantal interviews die ik met Sharon Jones heb gelezen, geeft ze dat zelf ook aan. ”Give The People What They Want” krijgt hierdoor dan ook een extra lading en diepgang. De muziek is voortreffelijk en overheerlijk. Stampende en dampende soul en funk om je vingers bij af te likken. De opener ”Retreat!” klinkt krachtig en vitaal en lijkt een overwinning te zijn op die verschrikkelijke ziekte, zonder dat dit zo bedoeld was. The Dap-Kings zijn in topvorm. Alles klopt: de ritmesectie swingt de pannen van het dak, de gitaren klinken funky en de blazers zorgen voor een warm bad. De stem van Sharon Jones klinkt fantastisch. Geen spoortje van slijtage als je het mij vraagt. Over het algemeen is het album uptempo, met een paar rustpuntjes. Voor je het weet is het alweer afgelopen. Maar het klinkt zo lekker, dat ”Give The People What They Want” met gemak een dagje op de repeat kan blijven staan. Heerlijk album dat met recht als een overwinning mag worden gezien.


Tommy Castro levert met ”The Devil You Know” een swingend bluesalbum af. Castro is een hele fijne gitarist en zijn totaalgeluid is een mooie mix van blues en rock. Blues heeft absoluut de overhand, maar van wat stevig gitaarwerk is Tommy Castro niet vies. De bonga en percussie ondersteunen het drumgeluid en zorgt voor een zomers tintje. Dat Castro resideert in Miami wordt zo dan ook nog eens versterkt. ”The Devil You Know” staat bol van de gastartiesten. Zo scheurt Joe Bonamassa heerlijk mee op ”I’m Tired”. Daarnaast wordt Castro regelmatig bijgestaan door een zangeres. Tasha Taylor zorgt voor zwoele vocalen op ”The Whale Have Swallowed Me”. Een heerlijk nummer, dat ik ook ken in een andere uitvoering van de eerder genoemde Joe Bonamassa. Deze versie is compleet anders, maar zeker niet minder fraai. Ook Marcia Ball en Samantha Fish leveren erg waardevolle bijdragen. Over het algemeen vind ik de combinatie tussen Castro en een zangeres wat beter uitpakken dan de mannelijke vocalisten. Niets ten nadele van die songs, die zijn namelijk prima en orde, maar de dynamiek in de liedjes met zangeressen is net even wat beter. ”The Devil You Know” bevat de nodige verwijzingen naar de klassieke bluesstreken van Amerika. ”When I Cross The Mississippi” spreekt voor zich en ”Mojo Hannah” verhaalt over Louisiana en refereert aan Muddy Waters. Castro’s band The Pain Killers is een groovende bluesmachine. De ritmesectie is strak en de bas is lekker zwaar en vet. Daar hou ik van, vooral in de blues. Naast de eerder genoemde percussie ronkt er ook met grote regelmatig een Hammond B3 orgeltje op de achtergrond en dat zorgt voor dat extra vollere totaalgeluid. Samenvattend is ”The Devil You Know” een klasse bluesalbum vol gevarieerde liedjes waar de verschillende nuances binnen het bluesgenre allemaal wel even aan bod komen.


Tja, hier was ik dus bij. Op een heerlijke zomeravond in Amsterdam speelden Beth Hart & Joe Bonamassa in een volgepakt Carré te Amsterdam een dwarsdoorsnede van de studioalbums ”Don’t Explain” en ”Seesaw”. Die avond zelf vond ik al memorabel, maar de nu uitgebrachte concertregistratie is er eentje om je vingers bij af te likken. Ik waan me er weer bij en herbeleef de vele kippenvelmomenten. Blikvanger is Beth Hart. Wat een dijk van een stem heeft die vrouw. Op haar albums bewees ze dat al, maar live zijn haar stembanden om in te lijsten. Beth legt zoveel emotie, passie en intensiteit in haar performance dat je er niet aan ontkomt om geboeid te luisteren. Ze zingt niet alleen de liedjes voor je, ze vertelt namelijk de verhalen van de liedjes. En op een zodanige manier dat het je hard en diep raakt. Joe Bonamassa stelt zich op als een van de bandleden. Hij blijft bewust wat op de achtergrond, en stelt zich in die zin bescheiden op. Net als op de genoemde studioalbums overigens. Dit is niet de Joe Bonamassa show. Hij speelt in dienst van het liedje. Wel vind ik overigens dat het gitaarspel van Bonamassa op ”Live in Amsterdam” prominenter aanwezig is dan op de studioalbums. Joe speelt weergaloos. Van ingetogen tot uitbundig, van smaakvol en warm, tot fel en venijnig. Even staat Joe wel in de spotlight en dat is wanneer hij zelf de vocalen voor zijn rekening neemt op de bluesklassieker ”Someday After a While (You’ll Be Sorry)”. Wat mij betreft gelijk een van de hoogtepunten van de avond. Maar om eerlijk te zijn wordt het ene hoogtepunt opgevolgd door de andere. Live komen deze liedjes het beste tot hun recht en daarom is ”Live in Amsterdam”, en niet alleen omdat ik er zelf bij was, de perfecte samenvoeging van beide studioalbums met daarbij een extra boost aan muzikale vakmanschap, passie, plezier en toewijding!