zondag 31 augustus 2014

Marc Ford & Rich Robinson (2014)

Marc Ford en Rich Robinson hebben een verleden met elkaar. Ford speelde lange tijd als lead gitarist bij The Black Crowes. Robinson (ook gitarist) is met zijn broer Chris (zang) nog steeds de kern van deze band. Nu The Black Crowes (wederom) een pauze hebben ingelast is er de mogelijkheid om andere projecten te initiëren. Beide heren grijpen op hun solo albums terug naar ouderwetse rootsmuziek.

Marc Ford, vooral bekend vanwege zijn jarenlange fantastische werk als leadgitarist van The Black Crowes, levert met ”Holy Ghost” een prachtig album af. Na zijn vertrek (en reünie en wederom vertrek) bij The Black Crowes kwam Ford op de proppen met een serie uitstekende albums vol met bluesrock. Maar ”Holy Ghost” tapt uit een ander vaatje. In 2012 produceerde Marc Ford het album ”The Pines” van Phantom Limb. Ik denk dat Ford hierdoor geïnspireerd raakte, want net als ”The Pines”, grijpt ”Holy Ghost” terug naar de authentieke roots en country van weleer. Daarom is het niet verwonderlijk dat Ford op ”Holy Ghost” wordt bijgestaan door muzikanten van Phantom Limb. De muziek is dus niet vernieuwend of baanbrekend, maar wat is het hemels mooi zeg! De instrumentatie is authentiek en het gitaarspel van Ford is, weliswaar ingetogen, van grote klasse. De afwisseling tussen akoestisch en elektrisch is gebalanceerd en smaakvol en de steel gitaar zorgt voor die mooie country snik. Wow, wat houd ik van dat instrument. Het allermooiste aan ”Holy Ghost” vind ik de prachtige melodieën. Ik krijg er met regelmaat kippenvel van. De arrangementen zijn ontzettend sfeervol. De gehele vibe van ”Holy Ghost” laat me onderdompelen in een bad van serene rust en schoonheid. Wat een album, en wat mij betreft voer voor de jaarlijstjes van 2014.

Nu The Black Crowes hun zoveelste sabbatical houden hebben de gebroeders Robinson tijd voor soloprojecten. Chris kwam dit jaar al met het derde album van zijn Chris Robinson Brotherhood. Rich kan daarom niet achterblijven en komt met zijn ”The Ceaseless Sight”. En ik moet zeggen, Rich heeft zich zelf overtroffen, want ”The Ceaseless Sight” is een prachtig album. Eigenlijk doet alleen opener ”I Know You” je nog enigszins denken aan The Black Crowes, maar voor de rest is het de roots en americana die overheersen. Uiteraard laat Robinson ook horen wat voor geweldige gitarist hij is. De melodie is zijn handelsmerk, in The Black Crowes, maar ook op zijn soloalbums. Met zijn zes snaren weeft Robinson prachtige meeslepende en vaak dromerige gitaartapijtjes die zich direct tussen je oren nestelen. Maar ook de stem van Robinson is dik in orde. Niet zo goed als zijn broer Chris, maar dat is nergens een probleem op ”The Ceaseless Sight”. Daarnaast vind ik de koortjes erg mooi. Ik hoor eigenlijk wel overeenkomsten met het album van de ex-gitarist van The Black Crowes, Marc Ford. Zijn ”Holy Ghost” en deze ”The Ceaseless Sight” ademenen mijn inziens dezelfde sfeer uit. Robinson kiest voor iets prominenter gitaarwerk, maar beide albums grijpen terug naar het authentieke country, roots en americana geluid. Net als ”Holy Ghost” van Ford is ”The Ceaseless Sight” van Rich Robinson voer voor de eindejaarslijstjes. Een parel van een album, zowel muzikaal, maar ook qua artwork van de LP. 

donderdag 3 juli 2014

Joe Bonamassa - Tour de Force, Live in London: Shepherd's Bush Empire (2014)

In het voorjaar van 2013, als afronding van zijn Europese tour, levert Joe Bonamassa een prestatie van formaat. Hij besluit om vier concerten te geven in London, op vier verschillende locaties met vier verschillende bands en met vier verschillende setlists. De betreffende optredens staan voor de diverse stadia van Bonamassa’s loopbaan en de verschillende genres die zijn oeuvre rijk is. Deze serie optredens worden omgedoopt tot ”Tour de Force, Live in London” en als locaties worden The Borderline, Shepherd’s Bush Empire, Hammersmith Apollo en Royal Albert Hall gekozen.

Het eerste optreden, in The Borderline, representeert de begindagen van Bonamassa’s carrière. The Borderline is een kleine club en Bonamassa speelt in een trio bezetting. Waar Bonamassa normaalgesproken in kostuum optreedt, steekt hij zich in The Borderline gewoon in een spijkerbroek en een t-shirt. Het tweede concert, in Shepherd’s Bush Empire, draait om de blues, maar daarover straks meer. De derde avond, in Hammersmith Apollo, staat in het teken van de meer rock georiënteerde liedjes in het arsenaal van Bonamassa. Tenslotte is het vierde en laatste optreden een dwarsdoorsnede van de man’s gehele oeuvre en verandert de samenstelling van de band gedurende het concert. Eerder verschenen deze vier optredens op DVD en Blue-Ray, en zijn dan nu ook op CD en LP uitgebracht.

Hoewel alle vier de optredens van uitzonderlijke klasse zijn, steekt er persoonlijk voor mij toch eentje bovenuit.  In hart en nieren is Joe Bonamassa een blues man, en het is dan ook niet verwonderlijk dat mijn voorkeur uitgaat naar de avond waarop de blues centraal staat, en dat is het optreden in Shepherd’s Bush Empire. Deze avond wordt de band aangevuld met een blazerssectie en dat versterkt het bluesgevoel. Over de band gesproken: het zijn stuk voor stuk topmuzikanten die gezamenlijk klinken als een onvervalste stampende en dampende bluesmachine. Naast Bonamassa op zang en gitaar hoor je Carmine Rojas op bas, Tal Bergman op drums, Arlan Schierbaum op toetsen, Lee Thornburg op trompet, Sean Freeman op saxofoon en Mike Feltham op trombone.

De setlist die avond is een uitgebalanceerde mix tussen opzwepende en swingende bluesnummers en intense en meeslepende slowblues. Vooral bij de uptempo liedjes worden de blazers van stal gehaald en dat zorgt voor extra warmte en groove. Ook het toetsenspel van Schierbaum levert hier een significante bijdrage aan. De slowblues liedjes zijn stuk voor stuk van hemelse schoonheid en dat zijn dan ook de liedjes die me het meeste raken. Met ”Midnight Blues” krijgt Gary Moore een mooi eerbetoon. Andere kippenvelmomenten zijn ”So Many Roads” , ”Chains & Things”, ”The Great Flood” en ”Asking Around for You”.

Het gitaarspel van Bonamassa behoeft eigenlijk geen uitleg, want ook hier is het weer van buitengewone klasse en adembenemende schoonheid. Of het nu in de snellere liedjes is, de midtempo nummers of in de slowblues liedjes, Bonamassa kan het allemaal. Zijn gitaarspel is sfeerbepalend en draagt het liedje van begin tot eind. In de gehele opbouw, van riff, tot lick tot solo, Bonamassa overtuigt tot en met. Maar ook zijn stem is het vermelden waard. Hij heeft hier duidelijk een ontwikkeling doorgemaakt en live komt dat volledig tot wasdom. Net als met zijn gitaarspel bepaalt Bonamassa ook met zijn stem de sfeer en beleving van het liedje.


Dit optreden in Shepherd’s Bush Empire, met deze setlist, maken dit concert voor mij tot het ultieme optreden van deze moderne bluesheld. In de blues is Bonamassa op zijn best en dat is ook uiteindelijk hoe ik hem het liefste hoor, hoe veelzijdig hij ook is. Ik verbaas me nog steeds over de arbeidsproductiviteit van Joe Bonamassa. Bijna elk jaar volgen er meerdere releases. Of dit nu zijn solowerk is, zijn andere projecten, of zijn samenwerking met Beth Hart, de muziek blijft maar komen, en altijd van ongekend hoog niveau. Het Tour de Force project past daar ook in en ze zijn alle vier absoluut de moeite waard. Maar als echte bluesliefhebber kan ik de DVD/Blue-Ray/CD/LP van het optreden in Shepherd’s Bush Empire van harte aanbevelen. Dit behoort wat mij betreft tot de beste (live) bluesreleases van 2014, maar ook van dit decennium. Joe Bonamassa laat horen dat de blues van alle tijden is!

woensdag 4 juni 2014

Nieuwe Releases 2014 (1)

Tja hoe moet je deze nieuwe Bruce Springsteen nu plaatsen? Is het een allegaartje van left-overs, een luchtig tussendoortje of een volwaardig studioalbum. In dit soort situaties hanteer ik altijd voor mezelf de volgende stelregel: zijn het liedjes die al eens eerder op een studioalbum zijn verschenen? Nee? Dan beschouw ik het album in kwestie als een nieuw studioalbum. Volgens mij gaat deze vlieger op bij ”High Hopes”. Ik durf dat niet met de grootste stelligheid te beweren, aangezien ik geen expert ben in het oeuvre van Springsteen. Het enige dat ik weet dat een aantal nummers van ”High Hopes” al wel eens live ten gehore zijn gebracht, maar nog niet op een studioalbum zijn verschenen. Genoeg over de kwalificatie van dit album, dan de muziek: als ik naar ”High Hopes” luister, dan hoor ik een gedreven Bruce Springsteen. Ik krijg nergens de indruk van een inspiratieloze Boss en ondanks dat niet alle nummers van zijn hand zijn, brengt hij ze met dezelfde passie en intensiteit. Over de urgentie kun je discussiëren, maar het eventuele gebrek daaraan stoort me nergens op ”High Hopes”. De opener en titeltrack is direct een van mijn favorieten. Heerlijk hoe de blazers er extra glans aan geven. ”American Skin (41 Shots)” ken ik alleen van het live album opgenomen in New York, maar deze studioversie is er eentje om je vingers bij af te likken. Het absolute hoogtepunt vind ik ”The Ghost of Tom Joad”, en dan kom je direct uit bij Tom Morello. Niet alleen op dit nummer, maar op alle nummers waarop hij meespeelt vind ik het een waardevolle toevoeging. Zijn gitaarspel is niet alleen uniek en herkenbaar, het vormt een mooi tegengewicht aan het spel van Springsteen zelf en voegt extra dynamiek toe aan de liedjes. Morello is een gitarist die buiten de lijntjes kleurt en uitermate originele licks, riffs en solo’s speelt. Ik kan me heel goed voorstellen dat je eraan moet wennen, of dat je het niet vindt passen, maar persoonlijk vind ik het een geweldige zet van Springsteen om Morello aan boord te halen. De samenwerking tussen beide komt dan ook tot een hoogtepunt in het eerder genoemde ”The Ghost of Tom Joad”. Ik ben dan ook zeer content met ”High Hopes”, ik vind het een heerlijk album om naar te luisteren. Tom Morello zorgt voor een scherp randje en Springsteen zelf vind ik gewoon weer goed. Uiteindelijk vind ik ”High Hopes” beter dan ”Wrecking Ball”. Als ”High Hopes” dan toch als tussendoortje wordt gezien, dan mag Bruce er wat mij betreft gewoon mee doorgaan. Een goed begin van 2014.


”Give The People What They Want” zou eigenlijk al in 2013 moeten verschijnen, maar de slechter wordende gezondheid van Sharon Jones gooide roet in het eten. Ze vocht en overwon kanker. Ik kan me een beetje voorstellen hoe dat moet zijn geweest, samen met de indringende verhalen die je wel eens hoort uit de media of van vrienden/kennissen. De liedjes op ”Give The People What They Want” waren eigenlijk al klaar, voordat het noodlot toesloeg. Ondanks dat zitten de liedjes in mijn beleving vol verwijzingen naar die moeilijke periode. In een aantal interviews die ik met Sharon Jones heb gelezen, geeft ze dat zelf ook aan. ”Give The People What They Want” krijgt hierdoor dan ook een extra lading en diepgang. De muziek is voortreffelijk en overheerlijk. Stampende en dampende soul en funk om je vingers bij af te likken. De opener ”Retreat!” klinkt krachtig en vitaal en lijkt een overwinning te zijn op die verschrikkelijke ziekte, zonder dat dit zo bedoeld was. The Dap-Kings zijn in topvorm. Alles klopt: de ritmesectie swingt de pannen van het dak, de gitaren klinken funky en de blazers zorgen voor een warm bad. De stem van Sharon Jones klinkt fantastisch. Geen spoortje van slijtage als je het mij vraagt. Over het algemeen is het album uptempo, met een paar rustpuntjes. Voor je het weet is het alweer afgelopen. Maar het klinkt zo lekker, dat ”Give The People What They Want” met gemak een dagje op de repeat kan blijven staan. Heerlijk album dat met recht als een overwinning mag worden gezien.


Tommy Castro levert met ”The Devil You Know” een swingend bluesalbum af. Castro is een hele fijne gitarist en zijn totaalgeluid is een mooie mix van blues en rock. Blues heeft absoluut de overhand, maar van wat stevig gitaarwerk is Tommy Castro niet vies. De bonga en percussie ondersteunen het drumgeluid en zorgt voor een zomers tintje. Dat Castro resideert in Miami wordt zo dan ook nog eens versterkt. ”The Devil You Know” staat bol van de gastartiesten. Zo scheurt Joe Bonamassa heerlijk mee op ”I’m Tired”. Daarnaast wordt Castro regelmatig bijgestaan door een zangeres. Tasha Taylor zorgt voor zwoele vocalen op ”The Whale Have Swallowed Me”. Een heerlijk nummer, dat ik ook ken in een andere uitvoering van de eerder genoemde Joe Bonamassa. Deze versie is compleet anders, maar zeker niet minder fraai. Ook Marcia Ball en Samantha Fish leveren erg waardevolle bijdragen. Over het algemeen vind ik de combinatie tussen Castro en een zangeres wat beter uitpakken dan de mannelijke vocalisten. Niets ten nadele van die songs, die zijn namelijk prima en orde, maar de dynamiek in de liedjes met zangeressen is net even wat beter. ”The Devil You Know” bevat de nodige verwijzingen naar de klassieke bluesstreken van Amerika. ”When I Cross The Mississippi” spreekt voor zich en ”Mojo Hannah” verhaalt over Louisiana en refereert aan Muddy Waters. Castro’s band The Pain Killers is een groovende bluesmachine. De ritmesectie is strak en de bas is lekker zwaar en vet. Daar hou ik van, vooral in de blues. Naast de eerder genoemde percussie ronkt er ook met grote regelmatig een Hammond B3 orgeltje op de achtergrond en dat zorgt voor dat extra vollere totaalgeluid. Samenvattend is ”The Devil You Know” een klasse bluesalbum vol gevarieerde liedjes waar de verschillende nuances binnen het bluesgenre allemaal wel even aan bod komen.


Tja, hier was ik dus bij. Op een heerlijke zomeravond in Amsterdam speelden Beth Hart & Joe Bonamassa in een volgepakt Carré te Amsterdam een dwarsdoorsnede van de studioalbums ”Don’t Explain” en ”Seesaw”. Die avond zelf vond ik al memorabel, maar de nu uitgebrachte concertregistratie is er eentje om je vingers bij af te likken. Ik waan me er weer bij en herbeleef de vele kippenvelmomenten. Blikvanger is Beth Hart. Wat een dijk van een stem heeft die vrouw. Op haar albums bewees ze dat al, maar live zijn haar stembanden om in te lijsten. Beth legt zoveel emotie, passie en intensiteit in haar performance dat je er niet aan ontkomt om geboeid te luisteren. Ze zingt niet alleen de liedjes voor je, ze vertelt namelijk de verhalen van de liedjes. En op een zodanige manier dat het je hard en diep raakt. Joe Bonamassa stelt zich op als een van de bandleden. Hij blijft bewust wat op de achtergrond, en stelt zich in die zin bescheiden op. Net als op de genoemde studioalbums overigens. Dit is niet de Joe Bonamassa show. Hij speelt in dienst van het liedje. Wel vind ik overigens dat het gitaarspel van Bonamassa op ”Live in Amsterdam” prominenter aanwezig is dan op de studioalbums. Joe speelt weergaloos. Van ingetogen tot uitbundig, van smaakvol en warm, tot fel en venijnig. Even staat Joe wel in de spotlight en dat is wanneer hij zelf de vocalen voor zijn rekening neemt op de bluesklassieker ”Someday After a While (You’ll Be Sorry)”. Wat mij betreft gelijk een van de hoogtepunten van de avond. Maar om eerlijk te zijn wordt het ene hoogtepunt opgevolgd door de andere. Live komen deze liedjes het beste tot hun recht en daarom is ”Live in Amsterdam”, en niet alleen omdat ik er zelf bij was, de perfecte samenvoeging van beide studioalbums met daarbij een extra boost aan muzikale vakmanschap, passie, plezier en toewijding!


zondag 13 april 2014

The Robert Cray Band - In My Soul (2014)

Het aantal kilometers op de teller voor Robert Cray loopt gestaag op en Cray mag zal al een veteraan noemen in de blueswereld. Binnen die wereld heeft Cray een volstrekt eigen geluid weten te creëren. De hele wereld maakte hier kennis mee door de hit ”Right Next Door (Because of Me)” van het album ”Strong Persuader” uit 1986. Robert Cray maakte de blues toegankelijk voor het grote publiek. Cray slaagt erin de intensiteit van de blues in ere te houden, zonder de mensen af te schrikken. De bluespuristen zullen dit wellicht verafschuwen, maar persoonlijk vind ik dat Robert Cray een smaakvol bluesgeluid neerzet die vooral erg warm en gloedvol is. Naast de blues is de muziek van Robert Cray doorspekt met een flinke donder soul. Vooral de man’s geweldige stem is een blikvanger. In combinatie met zijn geweldige gitaarspel zet Robert Cray een wat milder bluesgeluid neer, maar in termen van passie, gevoel en intensiteit is dat in mijn ogen nergens een diskwalificatie.

Robert Cray heeft met bovenstaande koers een imposante reeks (gemiddeld elke 2 jaar een nieuwe release) albums afgeleverd. Stuk voor stuk prima albums die zijn handelsmerk keer op keer benadrukken. Ondanks dat Robert Cray een vaste schare fans heeft, zorgde het album ”Nothin’ But Love” uit 2012 voor een kleine opleving. Hiervoor vroeg Cray Kevin Shirley (bekend van o.a. Joe Bonamassa) als producer. De hand van Shirley zorgde voor een klein, maar duidelijk waarneembaar, rauw randje aan het geluid van Robert Cray. ”Nothin’ But Love” vind ik met name daarom zeker een van de beste albums van Robert Cray, zeker van de laatste jaren. En dan is daar met ”In My Soul” wederom een nieuw album van Robert Cray en zijn band, die hem al jaren trouw is.

”In My Soul” is geen herhalingsoefening van ”Nothin’ But Love”. Sterker nog, ”In My Soul” is een album waarop Robert Cray, zonder zijn kenmerkende sound te verliezen, wat meer uitwaaiert binnen de blues en soul, en zelfs invloeden uit de jazz en funk toelaat. Opener ”You Move Me” heeft een vertrouwd geluid. Het nummer swingt en laat mooi gelaagd gitaargeluid horen. Duidelijk is en blijft dat Cray zowel ritmisch als in de lead een geweldige gitarist is. Over swingen gesproken, het tweede nummer is een bewerking van de Otis Redding klassieker ”Nobody’s Fault But Mine”. Dit is een warme uitvoering, waarbij de blaaspartijen opvallen. Op dit liedje is de eerste invloed van de producer merkbaar. Op ”In My Soul” zit Steve Jordan achter de knoppen. Deze multi-(jazz)instrumentalist trekt een breed palet aan invloeden open en zorgt voor een gevarieerd geluid, maar wel binnen de kaders die Robert Cray al zijn gehele carrière hanteert.

Op ”Fine Yesterday” en ”Your Good Thing is About to End” (van Isaac Hayes) gaat het tempo drastisch naar beneden. Deze liedjes zijn het beste te omschrijven als een soort van slow blues meets jazz. De blues komt vooral van Cray’s gitaarwerk dat opvallend fel en puntig is (luister naar het begin van de gitaarsolo in ”I Guess I’ll Never Know”), zonder de warmte te verliezen. De stemmige blazers, die smaakvol als basis dienen, zorgen voor de donkere jazz sfeer. Bij de eerste luisterbeurten is dit even wennen, maar wordt steeds intenser en verslavender.

De tweede helft van ”In My Soul” begint ingetogen met ”Hold On”. Een onvervalste soul ballad, waarbij de vocalen van Cray door je ziel snijden. Daarnaast hoor je subtiel pianowerk, aangevuld met een zacht ronkend orgeltje dat zorgt voor net dat beetje extra emotie. Nog meer soul komt voorbij op ”What Would You Say”, maar deze keer wat luchtiger; althans qua instrumentatie. Weer zo’n prachtige gitaarsolo met korte, scherpe tonen. ”Hip Tight Onions” is een regelrechte verwijzing naar Booker T and the MG’s. Deze instrumental funkt van begin tot eind met groovend orgel- en gitaarspel. De afsluitende liedjes ”You’re Everything” en ”Deep In my Soul” zijn regelrechte pareltjes. Langzamer van tempo, maar daarom des te intenser. Geweldig gespeeld en al evenzo geweldig gezongen. Robert Cray wisselt ritmepartijen en licks en solo’s zo mooi af, en vult dat dan weer aan met zijn warme soulvolle stem. Instant kippenvel.

”In My Soul” is misschien wel mijn favoriete album van Robert Cray. Ik denk juist door het bredere scala aan invloeden, maakt dat ”In My Soul” een geweldige luisterervaring is. Robert Cray blijft trouwe aan zichzelf, maar durft, weliswaar met kleine stapjes, buiten zijn eigen paden te treden. Wat dat betreft hulde aan producer Steve Jordan. Robert Cray heeft met ”In My Soul” een geweldig album afgeleverd, dat niet alleen bol staat van de muzikaliteit, maar met name passie en beleving laat horen. Daarnaast is de hoes prachtig en stijlvol. ”In My Soul” is daarmee een prachtige en complete muzikale belevenis.