zondag 16 december 2012

Heritage Blues Orchestra - And Still I Rise (2012)

 "And Still I Rise" van Heritage Blues Orchestra is onbetwist een van de meest verrassende bluesreleases van de laatste jaren, en zeker van 2012. Deze plaat combineert zo'n beetje alle invloeden uit de muziekgeschiedenis van het zuiden van Amerika.

"And Still I Rise" staat boordevol worksongs, spirituals, traditionals, bezwerende gospel en de ritmes van de delta blues en de Mississippi Hill Country. Het hart van deze band wordt gevormd door Bill Sims op zang en gitaar, bijgestaan door zijn dochter Chaney op zang en Junior Mack op zang en gitaar. In totaal wordt Heritage Blues Orchestra gedreven door drie stemmen, twee gitaren en een vijfkoppige blazerssectie bestaande uit tuba, trombone, trompet, sax en harmonica.

Dit is wellicht de meest veelzijdige bluesplaat die ik de laatste jaren heb gehoord. Vele verschillende stijlen komen voorbij, en toch klinkt het geheel erg samenhangend. De samenzang is prachtig, warm en diep. Op "Go Down Hannah" en "Levee Camp Holler" wordt zelfs a capella gezongen. Kippenvel staat er op mijn armen. Op "Get Right Church". waan je jezelf in een echte gospelkerk. De intro van die song is zo mooi met dat authentieke gitaargeluid. "Don't Ever Let Your Spirit Down" is een cover van Eric Bibb die de Heritage Blues Orchestra met het grootste gemak naar haar hand zet. Tenslotte is de epische afsluiter "Hard Times" een ongekend hoogtepunt. De song begint langzaam, dreigend en broeierig. In het midden klinkt een instrumentaal intermezzo om naar het eind toe los te barsten in een stuwende en groovende vloed aan hoogstaande blues.

Het optreden van Heritage Blues Orchestra was een van de absolute hoogtepunten van North Sea Jazz 2012. Met "And Still I Rise" hebben ze wat mij betreft al een kleine klassieker in de hedendaagse blues afgeleverd. Dit gezelschap bewijst dat authentieke blues en rootsgeluiden anno 2012 nog steeds urgent kunnen klinken!

zondag 2 december 2012

Blind Faith - Blind Faith (1969)

Clapton lijkt patent te hebben op "supergroepen". Na Cream vormde hij met Steve Winwood, Ginger Baker en (de minder bekende) Ric Grech de fantastische band Blind Faith. Daarna vormde Clapton ook nog het fenomenale Derek and the Dominos (hoewel niet strikt genomen een supergroep, maar Eric Clapton en Duane Allman in een band vind ik toch behoorlijk "super").

Helaas bleef de samenwerking met de bandleden van Blind Faith beperkt tot slechts een album. Maar wat voor een plaat zeg! Allereerst is de hoes natuurlijk al legendarisch (of je hem nu mooi vindt of niet). Los van de muziek deed de hoes al de nodige stof opwaaien.

Dan de muziek: weergaloos! Dit album bevat enkele klassiekers zoals natuurlijk "Had to Cry Today", "Can't Find my Way Home" en "Presence of the Lord". Clapton is in topvorm. De openingsriff van "Had to Cry Today" is fantastisch en zuigt je meteen de plaat in om je niet meer los te laten. De wah-wah solo in "Presence of the Lord" is een absoluut hoogtepunt. De toetsen van Steve Winwood zijn mijn inziens een echte aanvulling op het gitaargeluid van Eric Clapton. Persoonlijk heb ik niet zoveel moeite met de stem van Steve Winwood, al vind ik Clapton's stem mooier. De ritmesectie zorgt ervoor dat het plaatje compleet is. De Heren Grech en Baker mogen zich uitleven in de jam "Do What You Like". Ik vind dit niet het hoogtepunt van de plaat, maar ik erger me er evenmin aan.

"Blind Faith" is een klassieker die niet mag ontbreken in de collectie van elke Eric Clapton fan. Daarnaast is het een must voor elke muziekliefhebber. Zulke legendarische platen worden helaas nog maar zelden gemaakt. Tijdloze klasse!

zondag 18 november 2012

Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods - Candy Store Kid (2012)

Net als op zijn vorige plaat "The Skinny" heeft Ian Siegal op "Candy Store Kid" weer een aantal Amerikaanse bluesmuzikanten om zich heen verzameld. De samenstelling is echter net even anders. Cody Dickinson en Alvin Youngblood Hart zijn weer van de partij, net als op "The Skinny", maar de belangrijkste toevoeging is toch wel die van gitarist Luther Dickinson (broer van Cody). Op "The Skinny" heeft Siegal zijn band gedoopt tot The Youngest Sons, op "Candy Store Kid" gaan ze door het leven als The Mississippi Mudbloods.

Luther Dickinson laat zich direct gelden op het openingsnummer "Bayou Country". Tijdens de eerste tonen is zijn gitaargeluid direct herkenbaar; diep, warm, donker en ontzettend bluesy. Daarnaast is zijn slidetechniek en fingerpicking stijl ongeƫvenaard als je het mij vraagt. De eerste vijf nummer van "Candy Store Kid" klinken als vertrouwd, die broeierige en zompige blues waar we Ian Siegal van kennen. Op "I Am the Train" komt volgens mij een ongeschreven bluesregel voorbij. Die luidt: elk bluesnummer met train in de titel, dient ook te klinken als een trein. Nou en dat doet "I Am the Train" hoor. Gedurende de hele song heb je het gevoel alsof je op een denderende trein zit. Op een aantal tracks horen we achtergrondzangeressen (bijvoorbeeld op "So Much Trouble"). En deze toevoeging versterkt het soulgevoel van deze plaat. "Kingfish" klinkt heel authentiek en je waart je op een veranda ergens diep in Mississippi, uitkijkend op de delta.

Op de tweede helft van de plaat verkent Ian Siegal de grenzen van de blues. Invloeden uit de country en Americana worden duidelijk hoorbaar. Met name op het dreigende "The Fear" hoor je die Americana sound. Het nummer wordt gedragen door Siegal's diepe en donkere stem en mooie persoonlijke teksten. Ook het naar country neigende "Rodeo" is een tekstueel prachtig liedje, waarbij de titel van het nummer als een mooie metafoor wordt gebruikt. Het afsluitende "Hard Pressed (What da Fuzz?)" is een bewerking van het nummer "Hard Pressed" dat al eerder op een Ian Siegal plaat ("Broadside") verscheen. Zoals de subtitel al aangeeft is dit een met een fuzz doorgoten versie, die lekker funkt. Luther Dickinson mag zich nog even flink uitleven op dit nummer.

Op 13 november jl. heb ik Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods live gezien in De Boerderij in Zoetermeer. Niet alle muzikanten van de plaat waren aanwezig, maar Cody en Luther Dickinson waren wel van de partij. Net als op de plaat, stal Luther de show. Ik heb met openstaande mond naar zijn gitaarspel staan kijken. Ik had hem al twee keer live gezien bij The Black Crowes, waar hij sinds 2008 lead gitaar speelt, maar nu stond ik heel dichtbij. Ook mag het gitaarspel van Siegal zelf niet worden vergeten. Op de plaat speelt hij met name rhythm, maar live schudt hij met het grootste gemak slidepartijen en gitaarsolo's uit de mouw. Hij heeft een heerlijke delay op zijn gitaar, waardoor zijn spel nog dreigender overkomt. Live klinken de nummers van deze plaat overigens net even wat rauwer en vuiger. Fantastisch concert!

"Candy Store Kid" staat voorlopig bovenaan in mijn jaarlijstje van 2012. Het jaar is nog niet om, maar je moet van goede huize komen wil je deze plaat van de troon stoten!

donderdag 25 oktober 2012

Beth Hart & Joe Bonamassa - Don't Explain (2011)

Op "Don't Explain" doen Beth Hart en Joe Bonamassa de blues en soul herleven. De plaat bevat uitsluitend covers, maar dat is op geen enkel punt een gemis ten opzichte van zelfgeschreven nummers.

Beth Hart is naast o.a. Susan Tedeschi een van mijn favoriete zangeressen. Haar stem is warm, diep en bevat die mooie vibrato. Soms zingt ze zachtjes, dan weer hard, grommend, huilend, opgewekt, verdrietig. Bijna alle emoties komen voorbij en haar stem zegt werkelijk alles. Zelfs als ze in een niet verstaanbare taal zou zingen, zou de emotie in haar stem voor zich spreken.

En dan Joe Bonamassa, een moderne blues- en gitaarheld. Hij zorgt bijna eigenhandig voor een herleving van de blues, hij geeft er een eigentijdse invulling aan en houdt daarbij tegelijkertijd de relatie met de traditionele blues in leven. Op "Don't Explain" kiest Bonamassa er bewust voor om niet direct de hoofdrol op te eisen. Die ruimte laat hij aan Beth Hart. Maar zijn gitaarspel is over de gehele plaat ronduit fantastisch. Iets anders dan dat we gewend zijn; de gierende gitaarsolo's en rockende riffs hebben plaatsgemaakt voor ingetogen, warm, donker, smaakvol, emotioneel en intens spel. Zijn gitaarpartijen zijn vooral sfeerbepalend en geheel in dienst van het liedje. Natuurlijk komt er zo af en toe een gitaarsolo voorbij (die overigens stuk voor stuk kippenvel bezorgen), maar alleen omdat het past  op dat moment, en niet om te laten horen hoe goed Bonamassa wel niet is. Want dat is bekend, hij hoeft zich niet te bewijzen. Bonamassa laat Hart schitteren en zijn gitaarspel vult dat perfect aan.

Dan de nummers: op "Don't Explain" komen nummers voorbij van o.a. Ray Charles ("Sinner's Prayer"), Bill Withers ("For My Friends"), Billy Holiday (titelnummer van de plaat), Delainey & Bonnie ("Well, Well") en Aretha Franklin ("Ain't No Way"). Maar de hoogtepunten zijn wat mij betreft het nummer "Chocolate Jesus" van Tom Waits, "Your Heart is as Black as Night" van Melody Gardot, "I'll Take Care of You" van blueslegende Bobby Bland, maar de absolute prijsnummers zijn beide nummer van Etta James, het grote voorbeeld van Beth Hart. Dit is het ultieme eerbetoon aan de grote Etta James. Enerzijds het funkende en groovende "Something's Got a Hold on Me" en anderzijds het bloedstollend mooie "I'd Rather Go Blind".

Beth Hart en Joe Bonamassa hebben met "Don't Explain" wat mij betreft een van de beste platen van 2011 afgeleverd. Er gaan al geruchten over een volgende samenwerking, en van mij mogen ze, want Hart en Bonamassa laten op "Don't Explain" echte synergie horen. Lof en Hulde!