zondag 18 november 2012

Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods - Candy Store Kid (2012)

Net als op zijn vorige plaat "The Skinny" heeft Ian Siegal op "Candy Store Kid" weer een aantal Amerikaanse bluesmuzikanten om zich heen verzameld. De samenstelling is echter net even anders. Cody Dickinson en Alvin Youngblood Hart zijn weer van de partij, net als op "The Skinny", maar de belangrijkste toevoeging is toch wel die van gitarist Luther Dickinson (broer van Cody). Op "The Skinny" heeft Siegal zijn band gedoopt tot The Youngest Sons, op "Candy Store Kid" gaan ze door het leven als The Mississippi Mudbloods.

Luther Dickinson laat zich direct gelden op het openingsnummer "Bayou Country". Tijdens de eerste tonen is zijn gitaargeluid direct herkenbaar; diep, warm, donker en ontzettend bluesy. Daarnaast is zijn slidetechniek en fingerpicking stijl ongeëvenaard als je het mij vraagt. De eerste vijf nummer van "Candy Store Kid" klinken als vertrouwd, die broeierige en zompige blues waar we Ian Siegal van kennen. Op "I Am the Train" komt volgens mij een ongeschreven bluesregel voorbij. Die luidt: elk bluesnummer met train in de titel, dient ook te klinken als een trein. Nou en dat doet "I Am the Train" hoor. Gedurende de hele song heb je het gevoel alsof je op een denderende trein zit. Op een aantal tracks horen we achtergrondzangeressen (bijvoorbeeld op "So Much Trouble"). En deze toevoeging versterkt het soulgevoel van deze plaat. "Kingfish" klinkt heel authentiek en je waart je op een veranda ergens diep in Mississippi, uitkijkend op de delta.

Op de tweede helft van de plaat verkent Ian Siegal de grenzen van de blues. Invloeden uit de country en Americana worden duidelijk hoorbaar. Met name op het dreigende "The Fear" hoor je die Americana sound. Het nummer wordt gedragen door Siegal's diepe en donkere stem en mooie persoonlijke teksten. Ook het naar country neigende "Rodeo" is een tekstueel prachtig liedje, waarbij de titel van het nummer als een mooie metafoor wordt gebruikt. Het afsluitende "Hard Pressed (What da Fuzz?)" is een bewerking van het nummer "Hard Pressed" dat al eerder op een Ian Siegal plaat ("Broadside") verscheen. Zoals de subtitel al aangeeft is dit een met een fuzz doorgoten versie, die lekker funkt. Luther Dickinson mag zich nog even flink uitleven op dit nummer.

Op 13 november jl. heb ik Ian Siegal & The Mississippi Mudbloods live gezien in De Boerderij in Zoetermeer. Niet alle muzikanten van de plaat waren aanwezig, maar Cody en Luther Dickinson waren wel van de partij. Net als op de plaat, stal Luther de show. Ik heb met openstaande mond naar zijn gitaarspel staan kijken. Ik had hem al twee keer live gezien bij The Black Crowes, waar hij sinds 2008 lead gitaar speelt, maar nu stond ik heel dichtbij. Ook mag het gitaarspel van Siegal zelf niet worden vergeten. Op de plaat speelt hij met name rhythm, maar live schudt hij met het grootste gemak slidepartijen en gitaarsolo's uit de mouw. Hij heeft een heerlijke delay op zijn gitaar, waardoor zijn spel nog dreigender overkomt. Live klinken de nummers van deze plaat overigens net even wat rauwer en vuiger. Fantastisch concert!

"Candy Store Kid" staat voorlopig bovenaan in mijn jaarlijstje van 2012. Het jaar is nog niet om, maar je moet van goede huize komen wil je deze plaat van de troon stoten!

donderdag 25 oktober 2012

Beth Hart & Joe Bonamassa - Don't Explain (2011)

Op "Don't Explain" doen Beth Hart en Joe Bonamassa de blues en soul herleven. De plaat bevat uitsluitend covers, maar dat is op geen enkel punt een gemis ten opzichte van zelfgeschreven nummers.

Beth Hart is naast o.a. Susan Tedeschi een van mijn favoriete zangeressen. Haar stem is warm, diep en bevat die mooie vibrato. Soms zingt ze zachtjes, dan weer hard, grommend, huilend, opgewekt, verdrietig. Bijna alle emoties komen voorbij en haar stem zegt werkelijk alles. Zelfs als ze in een niet verstaanbare taal zou zingen, zou de emotie in haar stem voor zich spreken.

En dan Joe Bonamassa, een moderne blues- en gitaarheld. Hij zorgt bijna eigenhandig voor een herleving van de blues, hij geeft er een eigentijdse invulling aan en houdt daarbij tegelijkertijd de relatie met de traditionele blues in leven. Op "Don't Explain" kiest Bonamassa er bewust voor om niet direct de hoofdrol op te eisen. Die ruimte laat hij aan Beth Hart. Maar zijn gitaarspel is over de gehele plaat ronduit fantastisch. Iets anders dan dat we gewend zijn; de gierende gitaarsolo's en rockende riffs hebben plaatsgemaakt voor ingetogen, warm, donker, smaakvol, emotioneel en intens spel. Zijn gitaarpartijen zijn vooral sfeerbepalend en geheel in dienst van het liedje. Natuurlijk komt er zo af en toe een gitaarsolo voorbij (die overigens stuk voor stuk kippenvel bezorgen), maar alleen omdat het past  op dat moment, en niet om te laten horen hoe goed Bonamassa wel niet is. Want dat is bekend, hij hoeft zich niet te bewijzen. Bonamassa laat Hart schitteren en zijn gitaarspel vult dat perfect aan.

Dan de nummers: op "Don't Explain" komen nummers voorbij van o.a. Ray Charles ("Sinner's Prayer"), Bill Withers ("For My Friends"), Billy Holiday (titelnummer van de plaat), Delainey & Bonnie ("Well, Well") en Aretha Franklin ("Ain't No Way"). Maar de hoogtepunten zijn wat mij betreft het nummer "Chocolate Jesus" van Tom Waits, "Your Heart is as Black as Night" van Melody Gardot, "I'll Take Care of You" van blueslegende Bobby Bland, maar de absolute prijsnummers zijn beide nummer van Etta James, het grote voorbeeld van Beth Hart. Dit is het ultieme eerbetoon aan de grote Etta James. Enerzijds het funkende en groovende "Something's Got a Hold on Me" en anderzijds het bloedstollend mooie "I'd Rather Go Blind".

Beth Hart en Joe Bonamassa hebben met "Don't Explain" wat mij betreft een van de beste platen van 2011 afgeleverd. Er gaan al geruchten over een volgende samenwerking, en van mij mogen ze, want Hart en Bonamassa laten op "Don't Explain" echte synergie horen. Lof en Hulde!

woensdag 24 oktober 2012

The Allman Brothers Band - At Fillmore East (1971)

Dit is ongetwijfeld een van de beste liveplaten die ik gehoord heb, zeker als je een bluesliefhebber bent als ik. De bluesroots zijn overduidelijk op deze klassieker in het Southern rock/bluesrock genre. The Allman Brothers Band is een liveband bij uitstek. Ze zijn in staat om zowel covers als eigen composities live op te rekken naar een indrukwekkende speelduur zonder de spanning, emotie en intensiviteit te verliezen. Nergens wordt het saai. Ik kan wel begrijpen als je niet van jams houdt, dat dit een bittere pil is om te slikken.




Ik daarentegen hou juist wel van die jams en kan hier dus eindeloos van genieten (net als bijvoorbeeld The Black Crowes, zoals die hun concerten veranderen in geïmproviseerde jamsessies). Duane Allman is zonder twijfel (althans voor mij) de beste slidegitarist allertijden en dat bewijst hij op de studioplaten van The Allman Brothers, maar des te meer op dit live album. Hij houdt zijn spel spannend en gevarieerd en altijd met diezelfde emotie. Een mooi voorbeeld is het gitaar intermezzo van Duane op "You Don't Love Me". Alleen zijn gitaar, zijn slide, zijn gevoel, kortom kippenvel!

Ook een van mijn favoriete bluesnummers komt voorbij. "Stormy Monday" is een klassieker en The Allman Brothers Band zet hier een prachtige versie neer, met mooi subtiel toetsenwerk als extra sausje.

De lange jamsessies zijn een genot voor het oor. Deze plaat verveelt nooit. Grijsdraaien die plaat, alleen al als eerbetoon aan de legendarische Duane Allman!

zondag 23 september 2012

Buddy Guy - Sweet Tea (2001)

"Sweet Tea" van Buddy Guy is een broeierige, hypnotiserende, vuige en intense bluesplaat. En zo heb ik ze het liefst. Guy is nog een van de levende blueslegendes, en hij levert met "Sweet Tea" anno 2001 wat mij betreft nog een instant klassieker af.

Het geluid op "Sweet Tea" is nog het beste te omschrijven als gruizig. De hele plaat hoor je die vuige sound. Het gitaargeluid is smerig en meeslepend. De ritmes zijn hypnotiserend. Je word meegesleurd in de muziek en het is verslavend. Ik besef me dat je ervan moet houden. Ik hou namelijk ook van mooie heldere, warme en diepe tonen uit een gitaar, maar het gruizige geluid op "Sweet Tea" past perfect bij de muziek die Guy en zijn band hier laat horen.

De albumopener is eigenlijk een beetje een vreemde eend in de bijt. Het is het enige akoestische nummer en valt daarmee eigenlijk uit de toon. Een andere plek op het album was wellicht beter geweest. Aan de andere kant, het is wel direct duidelijk dat we hier te maken hebben met authentieke blues, alleen zal de rest van het album elektrisch klinken.

Guy heeft de perfecte stem voor de blues en zijn gitaarspel vult dit perfect aan. Soms vind ik dat Guy zich wel een laat gaan en dat zijn gitaarspel uitmondt in patserig vertoon. Dat heb ik op "Sweet Tea" helemaal niet. Uiteraard soleert Guy er lustig op los, maar ik vind het nergens overdadig worden. Wat me vooral intrigeert zijn de hypnotiserende repeterende drassige zompige ritmes. Het is alsof ik tot aan mijn knieën in de klei van de Mississippi Delta sta. Het is een dreigend en angstaanjagend gevoel, maar het is zo de blues.

Hoogtepunten zijn "Baby Please Don't Leave Me", "She Got the Devil in Me", "I Gotta Try You Girl" en "It's a Jungle Out There", maar eigenlijk zijn alle tracks raak. "Sweet Tea" is een van de beste platen uit het nieuwe millennium.