zondag 13 april 2014

The Robert Cray Band - In My Soul (2014)

Het aantal kilometers op de teller voor Robert Cray loopt gestaag op en Cray mag zal al een veteraan noemen in de blueswereld. Binnen die wereld heeft Cray een volstrekt eigen geluid weten te creëren. De hele wereld maakte hier kennis mee door de hit ”Right Next Door (Because of Me)” van het album ”Strong Persuader” uit 1986. Robert Cray maakte de blues toegankelijk voor het grote publiek. Cray slaagt erin de intensiteit van de blues in ere te houden, zonder de mensen af te schrikken. De bluespuristen zullen dit wellicht verafschuwen, maar persoonlijk vind ik dat Robert Cray een smaakvol bluesgeluid neerzet die vooral erg warm en gloedvol is. Naast de blues is de muziek van Robert Cray doorspekt met een flinke donder soul. Vooral de man’s geweldige stem is een blikvanger. In combinatie met zijn geweldige gitaarspel zet Robert Cray een wat milder bluesgeluid neer, maar in termen van passie, gevoel en intensiteit is dat in mijn ogen nergens een diskwalificatie.

Robert Cray heeft met bovenstaande koers een imposante reeks (gemiddeld elke 2 jaar een nieuwe release) albums afgeleverd. Stuk voor stuk prima albums die zijn handelsmerk keer op keer benadrukken. Ondanks dat Robert Cray een vaste schare fans heeft, zorgde het album ”Nothin’ But Love” uit 2012 voor een kleine opleving. Hiervoor vroeg Cray Kevin Shirley (bekend van o.a. Joe Bonamassa) als producer. De hand van Shirley zorgde voor een klein, maar duidelijk waarneembaar, rauw randje aan het geluid van Robert Cray. ”Nothin’ But Love” vind ik met name daarom zeker een van de beste albums van Robert Cray, zeker van de laatste jaren. En dan is daar met ”In My Soul” wederom een nieuw album van Robert Cray en zijn band, die hem al jaren trouw is.

”In My Soul” is geen herhalingsoefening van ”Nothin’ But Love”. Sterker nog, ”In My Soul” is een album waarop Robert Cray, zonder zijn kenmerkende sound te verliezen, wat meer uitwaaiert binnen de blues en soul, en zelfs invloeden uit de jazz en funk toelaat. Opener ”You Move Me” heeft een vertrouwd geluid. Het nummer swingt en laat mooi gelaagd gitaargeluid horen. Duidelijk is en blijft dat Cray zowel ritmisch als in de lead een geweldige gitarist is. Over swingen gesproken, het tweede nummer is een bewerking van de Otis Redding klassieker ”Nobody’s Fault But Mine”. Dit is een warme uitvoering, waarbij de blaaspartijen opvallen. Op dit liedje is de eerste invloed van de producer merkbaar. Op ”In My Soul” zit Steve Jordan achter de knoppen. Deze multi-(jazz)instrumentalist trekt een breed palet aan invloeden open en zorgt voor een gevarieerd geluid, maar wel binnen de kaders die Robert Cray al zijn gehele carrière hanteert.

Op ”Fine Yesterday” en ”Your Good Thing is About to End” (van Isaac Hayes) gaat het tempo drastisch naar beneden. Deze liedjes zijn het beste te omschrijven als een soort van slow blues meets jazz. De blues komt vooral van Cray’s gitaarwerk dat opvallend fel en puntig is (luister naar het begin van de gitaarsolo in ”I Guess I’ll Never Know”), zonder de warmte te verliezen. De stemmige blazers, die smaakvol als basis dienen, zorgen voor de donkere jazz sfeer. Bij de eerste luisterbeurten is dit even wennen, maar wordt steeds intenser en verslavender.

De tweede helft van ”In My Soul” begint ingetogen met ”Hold On”. Een onvervalste soul ballad, waarbij de vocalen van Cray door je ziel snijden. Daarnaast hoor je subtiel pianowerk, aangevuld met een zacht ronkend orgeltje dat zorgt voor net dat beetje extra emotie. Nog meer soul komt voorbij op ”What Would You Say”, maar deze keer wat luchtiger; althans qua instrumentatie. Weer zo’n prachtige gitaarsolo met korte, scherpe tonen. ”Hip Tight Onions” is een regelrechte verwijzing naar Booker T and the MG’s. Deze instrumental funkt van begin tot eind met groovend orgel- en gitaarspel. De afsluitende liedjes ”You’re Everything” en ”Deep In my Soul” zijn regelrechte pareltjes. Langzamer van tempo, maar daarom des te intenser. Geweldig gespeeld en al evenzo geweldig gezongen. Robert Cray wisselt ritmepartijen en licks en solo’s zo mooi af, en vult dat dan weer aan met zijn warme soulvolle stem. Instant kippenvel.

”In My Soul” is misschien wel mijn favoriete album van Robert Cray. Ik denk juist door het bredere scala aan invloeden, maakt dat ”In My Soul” een geweldige luisterervaring is. Robert Cray blijft trouwe aan zichzelf, maar durft, weliswaar met kleine stapjes, buiten zijn eigen paden te treden. Wat dat betreft hulde aan producer Steve Jordan. Robert Cray heeft met ”In My Soul” een geweldig album afgeleverd, dat niet alleen bol staat van de muzikaliteit, maar met name passie en beleving laat horen. Daarnaast is de hoes prachtig en stijlvol. ”In My Soul” is daarmee een prachtige en complete muzikale belevenis.    

zondag 16 maart 2014

Richie Sambora - Stranger In This Town (1991)

In de periode dat Bon Jovi een pauze inlast, neemt (ex) Bon Jovi gitarist en componist Richie Sambora zijn eerste soloalbum op. Eigenlijk is direct duidelijk dat Sambora niet alleen een fantastische gitarist is, maar dat hij zeer sterke songs kan schrijven en bovenal een ontzettend mooie stem heeft. Feitelijk vind ik Sambora in alle opzichten een betere muzikant dan zijn baas Jon Bon Jovi. Ik moet dan ook vaststellen dat de aanwezigheid van Richie Sambora in Bon Jovi de reden is dat ik die band een warm hart toedraag, met name in de jaren 80 en 90.

Bon Jovi is een stadion rockband, zoveel is duidelijk, maar hetgeen me het meeste aantrekt in het gitaarspel van Sambora, is toch wel de constante bluesy ondertoon. Op ”Stranger in This Town” gaat Sambora hierin een stap verder. De blues is alom aanwezig en heeft wat mij betreft dan ook de overhand. Vooral in zijn licks en solo’s hoor ik die prachtige donkere en tegelijkertijd warme en gloedvolle tonen. De emotie spat er vanaf. Daarnaast hebben de liedjes niet bepaald een lichtvoetig karakter. Het begint al met de donkere sfeer op ”Rest in Peace”, het openingsnummer. Ook dit draagt bij aan het bluesgevoel van ”Stranger in This Town”.

Ook tekstueel gezien overstijgt Sambora het niveau van Bon Jovi. Ik krijg het gevoel dat hij letterlijk zijn hart uitstort. Er zit niet alleen veel passie, intensiteit en emotie in zijn gitaarspel, maar ook de manier waarop Sambora zingt zorgt voor de nodige kippenvelmomenten. Je voelt aan elke zenuw in je lichaam dat hier een man met hart en ziel staat te spelen en zingen. Liedjes als ”Church of Desire”, ”Stranger in This Town”, ”One Light Burning” en ”The Answer” zijn prachtig van opbouw en slepen je mee in de wereld van Sambora. Ze gaan onder mijn huid zitten en laten me niet meer los. Sambora wisselt elektrisch gitaarspel net zo makkelijk af met mooi akoestisch spel. 

Het nummer ”Mr. Bluesman” heeft een bijzonder verhaal. Op dit liedje wordt Sambora vergezeld door Eric Clapton. Zijn warme bluesy licks passen prachtig in de mooie akoestische frasering van Sambora. Opvallend en tegelijkertijd bewonderenswaardig is het feit dat dit liedje is opgenomen slechts enkele dagen na het tragische ongeval en overlijden van het zoontje van Eric Clapton. Sambora rekende eigenlijk niet meer op de komst van Clapton, maar Slowhand kwam conform afspraak opdagen en speelde zijn gitaarpartijen in. Voor mij geeft deze wetenschap nog meer intensiteit mee aan het al zo prachtig gespeelde liedje.


Met ”Stranger in This Town” bevestigt Richie Sambora wat ik eigenlijk al wist. De man is een groot gitarist, veel te vaak onderschat, en een fantastische zanger. Dit album behoort to mijn favorieten, zowel op het gebied van gitaarspel, kwaliteit van de liedjes en de vocalen. De titel van het album is misschien wel exemplarisch. Eigenlijk is hij binnen Bon Jovi een ”Stranger in This Town” en is hij feitelijk een ”Mr. Bluesman”.

zaterdag 8 maart 2014

Robben Ford - A Day In Nashville (2014)

Robben Ford is een gitarist die ik al jaren op de voet volg. Ik reken hem dan ook tot een van mijn favorieten. Een van de mooiste kenmerken van het gitaarspel van Robben Ford vind ik de ongelooflijke prachtige cleane tonen die hij uit zijn gitaar haalt. De warmte straalt er vanaf. Het is alsof je de gloed van een ondergaande zon over je heen voelt komen of alsof je wordt ondergedompeld in het spreekwoordelijke warme bad. Ik weet dat er ook critici zijn die het spel van Ford veel te glad en te netjes vinden. Natuurlijk, er zijn gitaristen die de grens meer opzoeken of meer het heil zoeken in rauwheid, maar in het geval van Robben Ford gaat zijn zuiverheid nergens ten koste van emotie, passie en intensiteit.

Bij Robben Ford is de blues altijd de basis van zijn muziek. Vaak voegt hij daar een flinke portie jazz en funk aan toe. Een mooi voorbeeld hiervan is het magistrale album ”Blue Moon”. Dat album vind ik Ford’s beste album en een perfecte synergie van klassieke bluestonen, jazz patronen en funky ritmes. Op zijn vorige album ”Bringing It Back Home” hanteert Ford dezelfde aanpak. Hoewel ”A Day In Nashville” typisch klinkt als Robben Ford, is er wel een kleine verandering ten opzichte van zijn vorige album. ”A Day In Nashville” is meer blues dan zijn voorganger. De jazznuances zijn er zeker nog wel, maar de blues heeft zeker de overhand. Overigens is de verwijzing naar Nashville in de albumtitel puur een verwijzing naar de studio waar het album in een dag live is opgenomen. Het is zeker geen referentie aan country muziek. De invloed van country is minimaal, al zijn er lichte trekjes van te ontwaren in liedjes als ”Ain’t Drinkin’ Beer No More” en ”Just Another Country Road”.


”A Day In Nashville” opent met het swingende ”Green Grass, Rainwater”. De gitaartonen zijn direct herkenbaar. Ford swingt zowel met zijn riffs en licks als met zijn mooie soulvolle stem. Die stem zorgt voor extra warmte op dit album. ”Midnight Comes Too Soon” is direct een hoogtepunt. Een mooie slowblues met prachtig warm gitaarspel. Op ”A Day In Nashville” komen ook weer een aantal instrumentals voorbij. ”Top Down Blues” en ”Thump and Bump” zijn heerlijke tracks. Het gitaarspel staat buiten kijf, maar ook het fantastische toetsenspel zorgt voor een mooie basis waar Ford lekker overheen kan soleren. Ondanks dat het album slechts negen tracks kent, voelt dat nergens teleurstellend. De liedjes klokken nauwelijks onder de vier minuten en overstijgen zelfs regelmatig de vijf en zes minuten (bijvoorbeeld het geweldige ”Cut You Loose”). Genoeg tijd dus om te genieten van Ford’s fenomenale gitaarpel, maar eigenlijk verdiend de hele band een compliment. ”A Day In Nashville” is dus eigenlijk niets nieuws onder de zon. Voor de kenners van Robben Ford’s werk is dit het zoveelste goede album dat eigenlijk niet teleurstelt en nogmaals een bevestiging is van man’s kwaliteiten en muzikaliteit. Voor de nieuwkomers is ”A Day In Nashville” een prachtige kennismaking en hopelijk een aanzet tot een muzikale ontdekking door het indrukwekkende oeuvre van Robben Ford.

zondag 23 februari 2014

Matt Schofield - Far As I Can See (2014)

Dit is een plaat waar ik lang naar heb uitgekeken en waar ik met smart op heb gewacht. Het laatste studioalbum van Matt Schofield, ”Anything But Time”, stamt alweer uit 2011. Na die release heeft Schofield uitgebreid getourd; in Europa, ook in Nederland, maar vooral in de Verenigde Staten heeft Schofield een voet aan de grond gekregen in het live bluescircuit. In de hedendaagse muziekindustrie is een reputatie op het podium van groot belang en dat heeft Schofield onderkend. Die ervaring heeft hij meegenomen naar de opnamen van ”Far As I Can See”.

Al jaren wordt Matt Schofield gezien als een van de beste Britse bluesgitaristen van zijn generatie. Er zijn zelfs sommigen die beweren dat hij zich al mag meten met de besten allertijden. Ik ben een echte fan van zijn gitaarspel, dus wat mij betreft is dat een bewering die ik wel kan staven. Schofield is al tijden een bekend gezicht in de Britse bluesscene, ook al voordat hij zijn eigen albums uitbracht. Voorheen bekend geworden als gitarist bij The Lee Sankey Group om daarna faam te maken als gitarist en producer bij die andere hedendaagse Britse bluesheld, Ian Siegal. In 2005 volgde met ”Siftin’ Thru Ashes” zijn eerste eigen soloalbum, om vervolgens het ene na andere sterke album af te leveren.

De muziek van Matt Schofield is een gloedvolle mix van blues, funk en jazz. Wat dit betreft is het geluid op ”Far As I Can See” vertrouwd. Al is er wel wat veranderd sinds het laatste studioalbum ”Anything But Time”. Op dat album waren de jazz invloeden wat groter, dat de funk wat naar de achtergrond verdreef. Op ”Far As I Can See” is de funk weer terug en prominenter aanwezig, zonder overigens de smaakvolle jazz nuances geheel te verdringen. Ook is de samenstelling van de band anders. Waar Matt Schofield de laatste jaren als trio fungeerde met Jonny Henderson op de toetsen en Kevin Hayes op de drums, is er op ”Far As I Can See” sprake van een vierkoppige band. Naast uiteraard Matt Schofield zelf op de vocalen en gitaar wordt hij wederom bijgestaan door zijn vaste muzikale partner Jonny Henderson op orgel en piano. De baspartijen worden gespeeld door Carl Stanbridge. Dit is een belangrijke verandering. Waar in de trio samenstelling Henderson de baspartijen verzorgde middels de pedalen van zijn orgel, is er nu een echte bassist. Hierdoor kan Henderson zich volledig richten op zijn magistrale orgel en pianowerk. Stanbridge speelt diepe baspartijen die zorgen voor een voller en warmer geluid. Dit wordt nog eens versterkt door de toevoeging van een blazerssectie van saxofoon en trompet. Jordan John neemt de drums en percussie voor zijn rekening en verzorgt daarnaast nog voor de nodige samenzang. Het gebruik van een traditionele ritmesectie van bas en drums geven Schofield een perfect platform en basis om heerlijk overheen te soleren.

Het songmateriaal op ”Far As I Can See” is ijzersterk. De meeste composities zijn van Schofield zelf, geschreven met zijn partner Dorothy Whittick. De liedjes gaan vooral relaties, de liefde en de uitdagingen die daaruit voortvloeien. En dat uiteraard op de kenmerkende manier zoals dat gewoon is in de blues, met de nodige emotie en intensiteit. Een nummer als ”Clean Break” is hier exemplarisch voor.

Wat mij vooral opvalt in het gitaarspel van Matt Schofield is de perfecte balans tussen ritmisch spel, zijn licks en fenomenale solo’s. Het ritmische spel is vooral erg funky. Het zorgt voor een ongekende groove, vooral in combinatie met  stuwende orgelspel van Henderson. De licks van Schofield zijn niet nodeloos ingewikkeld, maar wel erg effectief en is een perfecte opvulling tussen de zanglijnen. Het zorgt regelmatig voor kippenvel, over de solo’s nog maar te zwijgen. Schofield is een gitarist die veelvuldig gebruik maakt van de dikke snaren op zijn gitaar. Dit zorgt voor een warm bluesgeluid met een mooie dynamiek en variatie tussen hoge en lage tonen.

Dat laatste komt prachtig tot uiting in een van de mooiste slowblues liedjes die ik de laatste jaren heb gehoord, ”The Day You Left”. Ruim negen minuten liefdesverdriet uitgedrukt in meeslepende muziek en emotioneel gezongen teksten. Er zit een kleine galm op de stem van Schofield, niet te veel, maar dat zorgt wel voor net dat beetje extra impact. Ook op ”Far As I Can See” brengt Schofield een eerbetoon aan een blues grootheid. Op eerdere albums deed Schofield dit al door Albert Collins te eren met een geweldige cover van het prachtige ”Lights Are On But Nobody’s Home”. Ook ”Woman Across the River” van Freddie King kwam al eens voorbij. Op ”Far As I Can See” wordt een funky versie gespeeld van Albert King’s ”Breaking Up Somebody’s Home”. Schofield blijft dicht bij het origineel, maar de alhier gespeelde versie is er eentje om je vingers bij af te likken.

Een belangrijk onderdeel van het totaalgeluid van Matt Schofield is het orgelspel van Jonny Henderson. Op de eerste helft van ”Far As I Can See” houdt Henderson zich nog redelijk in. Hij verzorgt met name een warme basis voor het gitaarspel van Schofield. Maar op de tweede helft neemt Henderson meer en meer het voortouw. Heerlijke Hammond B3 solo’s komen voorbij, zoals bijvoorbeeld op ”Hindsight”. De combinatie van de gitaar van Schofield en de orgel van Henderson is een heerlijke. Ze zorgen tezamen voor een modern bluesgeluid, maar zijn tegelijkertijd in staat om aloude tijden te doen herleven. Het bijna tien minuten durende afsluitende ”Red Dragon” is er eentje die qua sfeer en opbouw doet denken aan Jimi Hendrix’ ”Voodoo Chile” (niet de ”Slight Return” versie, maar de lange jamversie). Schofield evenaart het gevoel en geluid van Hendrix met het grootste gemak, maar verwerkt tussen al die klassieke Hendrix licks ook zijn eigen geluid. Het orgelspel van Henderson doet je denken aan Steve Winwood in de Hendrix klassieker en ”Red Dragon” is daarmee een van de ontelbare hoogtepunten van ”Far As I Can See”.

Het lange wachten was het meer dan waard. ”Far As I Can See” is nu al een van mijn favoriete albums van Matt Schofield. Maar eigenlijk moet ik vaststellen dat Schofield nog geen slechte plaat heeft afgeleverd. Wat dat betreft past ”Far As I Can See” moeiteloos in het rijtje eerd uitgebrachte albums. Dit zou voor mij persoonlijk wel eens het album van het jaar kunnen worden. Wellicht een voorbarige uitspraak zo vroeg in het jaar, maar het kenmerkt tegelijkertijd de kwaliteit en de klasse van Matt Schofield.