dinsdag 30 december 2014

Op de valreep (2)


Een jaar na het debuutalbum ”Can’t Go Home” komt King of the World met hun tweede album ”KOTW”. In hoofdlijnen is er niet veel veranderd. Deze op en top Nederlandse bluesband brengt swingende blues van de bovenste plank. Toch zijn er kleine verschilletjes. ”KOTW” vind ik net even wat gevarieerder dan het debuut. Dat album was swingend en (blues)rockend (met uitzondering van het ingetogen eerbetoon aan Harry Muskee) van begin tot eind. ”KOTW” kent wat meer variatie in uptempo, midtempo en slow. Opener ”Fool No More” en ”If You Want To Leave” zijn van die heerlijke meeslepende midtempo liedjes. Terwijl ”Beating Like a Drum” een prachtige slowblues is. De muzikale virtuositeit van King of the World komt van gitarist Erwin Java en toetsenist Govert van der Kolm. Die laatste ronkt er lustig op los met zijn Hammond B3 orgel, en de gitaarpartijen van Java vind ik vooral erg warm en gloedvol. Bassist en zanger Ruud Weber heeft een mooie warme en soulvolle stem en samen met drummer Fokke de Jong zorgen ze voor een solide ritmesectie. ”KOTW” is een modern geproduceerd bluesalbum dat past in deze tijd. Ik besef me dat je ervan moet houden, maar ik vind het heerlijk om naar te luisteren. Ik ben blij dat de heren op dit moment in hun carrière het risico hebben genomen om in dit avontuur te stappen, want ze behoren ondanks hun korte samenzijn nu al tot de top van de Nederlandse bluesscene, over hun individuele staat van dienst nog maar te zwijgen.


Ian Siegal’s eerste soloalbum is gelijk een gewaagde. Het betreft een solo-optreden voor de BBC, waar Siegal in zijn eentje met zijn akoestische gitaar eigen liedjes speelt, afgewisseld met traditionals en obscure lang vergeten bluesliedjes. De titel ”Man & Guitar” zegt wat dat betreft genoeg. In deze opzet is het lastig om de aandacht de volledige set vast te houden. Maar Ian Siegal flikt dat moeiteloos. Niet alleen in muzikaal opzicht blijft het boeiend met zijn lekkere rauwe maar soulvolle stem. Ook zijn gitaarspel vind ik fantastisch, heerlijk authentiek en met een scherp randje en veel akoestische slide. Maar ook Siegal’s persoonlijkheid, interactie met het publiek en zijn humor doen een duit in het zakje. De interludes zijn ontzettend grappig en Siegal bespeelt het publiek goed met de nodige zelfspot. Maar uiteindelijk zijn het de liedjes die het hem doen. Ian Siegal is een echte troubadour die de blues met gemak naar deze tijd weet te brengen, maar die met zeker een been diep in het bluesverleden staat geworteld. Mooi album!


Devon Allman is een druk baasje. Naast zijn solocarrière, speelt hij tevens in de superformatie The Royal Southern Brotherhood. Met die laatste bracht hij eerder dit jaar het heerlijke ”HeartSoulBlood” uit. Nu verschijnt dan ook zijn tweede soloalbum ”Ragged & Dirty”. In tegenstelling tot zijn eerste album, ”Turquoise”, is ”Ragged & Dirty” zoals de titel al doet vermoeden iets rauwer. De gitaren klinken in de uptempo liedjes wat ruiger en regelmatig rockt het behoorlijk. De opener ”Half the Truth” is daar een goed voorbeeld van. Allman is niet in een hokje te plaatsen. Hij combineert blues, soul, funk en southern rock tot een lekkere smeltkroes. In de gitaarsolo's en in de langzame liedjes doorklinkt de blues (het instrumentale ”Midnight Lake Michigan” is bloedstollend mooi). De stem van Allman is heel soulvol. En in de uptempo liedjes klinkt de tweede gitaar vaak heel funky. Ook het gebruik van de Hammond B3 orgel verraad de afkomst van Allman. De invloed van zijn vader is duidelijk hoorbaar. ”Ragged & Dirty” is geen vernieuwend album. Het is niet eens origineel en baanbrekend, maar als liefhebber van blues en rock vind ik dit heerlijke muziek. Devon Allman is een van die jonge gasten die de muziektraditie van weleer heden ten dage hooghoudt. Zijn vader kan terecht trots op hem zijn. Dit is een heerlijk no nonsens album voor eigenlijk elk moment van de dag.


De titel van dit album, ”Rock ’N Roll Blues” vind ik een beetje misleidend, want dit album vind ik best ingetogen. Af en toe swingt het behoorlijk en heeft het de eigentijdse trekjes van North Mississippi Allstars, zoals op opener ”Vandalize”, maar het grootste deel van ”Rock ’N Roll Blues” vind ik best ingetogen met invloeden uit roots, country en americana. Het album is in zijn geheel akoestisch en dat draagt bij aan de authentieke sfeer. Na een paar luisterbeurten groeien de liedjes en vind ik het vooral een lekker luisteralbum. Het is in mijn beleving niet zo goed als het laatste werk van North Mississippi Allstars, maar ”Rock ’N Roll Blues” is een lekker tussendoortje.




Joep Pelt is vermoedelijk bij het grote publiek niet heel erg bekend. Bij de ingewijden staat hij echter bekend als een van de meest gerespecteerde zangers en gitaristen binnen de roots en met name de blues. Of het nu traditionele Amerikaanse of Afrikaanse blues is, Joep Pelt draait er zijn hand niet voor om. Daarnaast weet Pelt er iedere keer weer zijn eigen draai aan te geven. Waar het in zijn muzikale carrière behoorlijk voor de wind ging, kreeg hij privé nogal wat te verstouwen. Bij een auto ongeluk in Afrika verloor hij zijn vrouw en overleefde hijzelf ternauwernood het ongeval. Na een lange tijd van herstel en revalidatie volgt met ”Show Me the Way” zijn eerste album sinds lange tijd. Wederom verkent Pelt de grenzen van de blues en mengt hij diverse stijlen tot een lekkere cocktail. Ook zingt en speelt Pelt de persoonlijke ellende van zich af. Met name in de langzame liedjes wordt pijnlijk duidelijk wat deze man heeft moeten doorstaan. Mooie voorbeelden hiervan zijn ”Bad Luck”, ”Let Go”, ”Don’t Leave Me Now” en ”Amsterdam”. Het gitaarspel van Pelt is niet per se fenomenaal te noemen, maar wel bijzonder divers en volledig in dienst van het liedje. Daarnaast weet hij met zijn gitaar de juiste emotionele lading aan een liedje mee te geven. ”Show Me the Way” is waarschijnlijk zo'n album dat een beetje in de underground blijft hangen. Aan de ene kant past het wel een beetje bij Joep Pelt, maar aan de andere kant verdient deze pionier van de Nederlandse blues veel meer aandacht en waardering. ”Show Me the Way” is een album dat bij die status gehoord en kun je best indrukwekkend noemen.

zaterdag 27 december 2014

Op de valreep (1)

Na zoveel tijd is er eindelijk weer een nieuwe plaat van Lucinda Williams. En dan is het ook nog eens een dubbelalbum. Daarmee maakt Lucinda Williams het zich wel direct moeilijk. Er zitten namelijk allerlei valkuilen aan dubbelalbums, zoals: het vasthouden van de spanningsboog, op de loer liggende saaiheid, en de kans op mindere composities. Toch vind ik dat Lucinda Williams deze valkuilen goed heeft weten te omzeilen op ”Down Where the Spirit Meets the Bone”. Ik kan me best voorstellen dat voor anderen dit album op een gegeven moment teveel van hetzelfde dreigt te worden, maar persoonlijk blijf ik geboeid van begin tot eind. Dit komt vooral door de nog immer raspende rauwe en soms bijna tegen het valse aan schurkende stem van Williams. Deze imperfectie leidt in mijn beleving tot de constante spanning tussen de tekst en muziek. De muziek is een broeierige mix van blues, roots, americana en country. De instrumentatie is geweldig en vooral het gebruik van vele verschillende gitaren vind ik een genot voor het oor. In de meeste liedjes hoor je wel 3 tot 4 gitaarlagen, waarbij ik met name de steel gitaar fantastisch vind. Ook het ronkende orgeltje is een zeer welkome aanvulling op het geluidspallet. Lucinda Williams levert met ”Down Where the Spirit Meets the Bone” wat mij betreft wederom een prachtalbum af.



Het is alweer een tijdje geleden dat ik zo’n lekker live album gehoord heb. Zeker als je in ogenschouw neemt dat dit album vol staat met authentieke elektrische blues. Dat dit in het straatje van Gary Clark Jr. past liet hij al horen op zijn studio album ”Blak and Blu”. Hoewel ik dat een goed album vind, was de invloed van R&B in sommige nummers mij net even te gortig. Op dit live album is van dat alles niets te merken. De nodige bluesklassiekers komen voorbij en Clark Jr. weet precies hoe ze horen te klinken. Het gitaarspel van Clark Jr. is hier ronduit fantastisch. Elke riff, lick en solo is doorspekt met de blueshelden van weleer. Ook zijn eigen liedjes klinken live net even wat rauwer, donkerder en meeslepender. Zelfs de liedjes waar een lichte zweem van R&B aan kleeft worden door Gary Clark Jr. en zijn band voorzien van een bluesy sfeer. Zoals het hoort worden de liedjes lekker lang opgerekt en wordt er lustig op los gejamd. De live reputatie van Gary Clark Jr. was mij reeds bekend, maar dit album overtreft mijn verwachtingen. Anno 2014 heeft de blues nog nooit zo levendig geklonken.


Zoals de titel ”Goin’ Home” al doet vermoeden keert Kenny Wayne Shepherd met zijn band terug naar zijn roots, de blues. Het voorgaande album ”How I Go” vond ik een mooie mix tussen blues, rock en af en toe pop, maar ik vond op dat album ook de hoogtepunten de liedjes die het dichts bij de blues lagen. Op ”Goin’ Home” doet die vraag niet terzake, want dit albums staat bol van de bluesklassiekers. Kenny Wayne Shepherd neemt klassiekers onderhanden van Johnny ”Guitar” Watson, Magic Sam, Muddy Waters, Stevie Ray Vaughan, Bo Diddley, Albert King, Howlin’ Wolf, B.B. King, Freddie King, Lee Dorsey, Earl King, Buddy Guy en Junior Wells. Dat zijn illustere namen, maar Shepherd kent zijn plek. Nergens probeert hij deze grootheden naar de kroon te steken, hij en zijn band voeren de nummers uit op hun eigen manier, maar wel trouw aan het origineel. De moderne productietechnieken zorgen ervoor dat deze liedjes klinken als een klok. Het gitaarspel van Shepherd is fenomenaal en zo hoor ik hem dus het liefst. Een combinatie van rauwheid en warmte tovert hij uit zijn vintage Fender gitaar. Het tempo zit er over het algemeen goed in en dit album swingt en grooved. Tijdens de rustmomenten, bijvoorbeeld in de slowblues ”You Done Lost Your Good Thing Now” gaat de intensiteit omhoog. In het afsluitende ”Still a Fool” gaat Shepherd nog een duel aan met Robert Randolph. Mooi hoe hun verschillende gitaarstijlen zo mooi in elkaar passen. ”Goin’ Home” is verre van een origineel album, maar het is goed uitgevoerd en ik als liefhebber van bluesgitaristen lik hier mijn vingers bij af.


Op ”HeartSoulBlood” gaat Royal Southern Brotherhood gewoon verder waar ze op hun titelloze debuut gebleven waren. Maar ”HeartSoulBlood” klinkt misschien nog net even gevarieerder dan de voorganger. Royal Southern Brotherhood kookt een stampende en dampende mengelmoes van southern rock, blues, soul en funk. Deze heren zijn niet voor een gat te vangen. Het gitaarwerk van Devon Allman en Mike Zito is om je vingers bij af te likken. Ook hun afwisselende vocalen zorgen voor meer dan voldoende dynamiek. Cyril Neville zorgt daarnaast nog eens voor de nodige warmte en soul, terwijl met name de funk van de ritmesectie komt. Het album opent heerlijk met het stuwende ”World Blues”. De intro van ”Here It is” is super funky met dat lekkere basloopje. ”Callous” is een meeslepende powerballad met intens gitaarwerk. ”Let’s Ride” swingt de pannen van het dak en het ingetogen ”Takes a Village” is een mooie gospelachtige ballad. Deze superband overtuigt opnieuw met ”HeartSoulBlood”. Heerlijk album vol funky bluesrock.


”Hornet’s Nest” van Joe Louis Walker is een lekker rockend bluesalbum. Het gitaarwerk is stevig te noemen en de stem van Walker is lekker rauw, maar soulvol tegelijk. Ook gooit Walker er af en toe een beetje funk en gospel tegenaan. ”Hornet’s Nest” bewandelt daarmee geen nieuwe paden, maar klinkt vooral vertrouwd. Persoonlijke favorieten zijn ”As the Sun Goes Down”, ”Love Enough”, ”Ramblin’ Soul” en ”I’m Gonna Walk Outside”. De muziek van Joe Louis Walker kun je nog het best beschrijven als de elektrische Chicago blues van weleer. Wellicht met iets minder harmonica, maar verder net zo energiek, swingend en rockend. Gewoon een lekker album dus, geen poespas, maar gewoon recht-toe-recht-aan elektrische blues.

zondag 14 december 2014

The Dynamite Blues Band - Shakedown & Boogie (2014)

Nederland kent een behoorlijke levendige bluesscene. De kwaliteit van de bandjes en artiesten mag dan ook aanzienlijk genoemd worden. Zo rond het jaar 2010 was er een bandje in opmars dat na een stormachtige livereputatie al snel met een tweetal uitstekende bluesalbums op de proppen kwam. Ze gingen door het leven als Big Blind. Na het tweede album kwam verrassend genoeg de mededeling dat Big Blind uit elkaar ging vanwege de al oude onenigheid over de muzikale richting. Wederom was er een veelbelovende bluesact een veel te vroege dood gestorven. Verbaasd was ik dan ook dat ik in oktober van dit jaar bij De Wereld Draait Door ineens een bekend gezicht op het podium zag staan. Naast Matthijs van Nieuwkerk stond daar Wesley van Werkhoven van het voormalige Big Blind. Hij vertelde over zijn nieuwe band en bij een tweede betere blik zag ik nog twee bekende gezichten. Naast Wesley stond daar tevens gitarist J.J. van Duijn en achter de drums zat Niels van Duindam. Beide tevens van het voormalige Big Blind. Ik dacht even dat de band een nieuw leven was ingeblazen maar al snel bleek het te gaan om The Dynamite Blues Band, met daarin de nieuwe bassist Renzo van Leeuwen.

Het debuutalbum van The Dynamite Blues Band is ”Shakedown & Boogie” getiteld. En die titel kon niet treffender. Deze jonge honden schotelen je een album lang opzwepende, energieke en springerige boogieblues voor in een moordend tempo. De gaskraan gaat vanaf het begin vol open en de rustige momenten zijn slechts schaars. Muzikaal klinkt het in het verlengde van Big Blind. The Dynamite Blues Band is wellicht ietwat meer gericht op de jump- en boogieblues, maar de rauwheid en  ongepolijstheid van Big Blind is nog steeds duidelijk hoorbaar. De stem van zanger Wesley heeft een lekker rauw randje en hij blaast geregeld het glazuur van je tanden met zijn harmonica. Gitarist J.J. swingt als de neten in zijn riffs, maar ook de licks en de solo's zijn om van te watertanden. De ritmesectie van Niels en Renzo is solide en grooved heerlijk.


Persoonlijk vind ik dat de band terug had mogen komen onder de naam Big Blind. Immers zijn drie van de originele bandleden gebleven. Maar wellicht zien de heren het anders, en grijpen ze The Dynamite Blues Band aan als een nieuwe kans met nieuwe mogelijkheden. Ik ben in ieder geval blij dat de heren elkaar opnieuw gevonden hebben, en dat we weer kunnen genieten van dit Nederlandse blues talent.

zaterdag 25 oktober 2014

Joe Bonamassa - Different Shades of Blues (2014)

Het begint bijna een gewoonte te worden dat Joe Bonamassa met meerdere releases op de proppen komt. In 2014 is dat niet anders. Ik kan me voorstellen dat het af en toe neigt naar overkill, maar Joe Bonamassa levert constante hoge kwaliteit en heeft mij nog nooit teleurgesteld. Eerder dit jaar verscheen de live registratie van zijn concertreeks samen met Beth Hart in Carré Amsterdam. Ook was daar de release van de indrukwekkende ”Tour de Force” reeks in Londen, waar Joe Bonamassa over vier avonden vier verschillende setlists afwerkte op vier verschillende locaties. Daarnaast verscheen ook nog het live album van Rock Candy Funk Party. Met dit gezelschap bewijst Joe Bonamassa zijn veelzijdigheid. Na al dat live geweld volgt dan nu de opvolger van ”Driving Towards the Daylight”.

Zijn nieuwste telg heet ”Different Shades of Blue”. In de aanloop van dit album, kondigde Joe Bonamassa aan dat dit zijn meest experimentele album zou worden. Nu valt dat met die experimenteerdrift wel mee, maar ”Different Shades of Blue” waaiert wel behoorlijk uit binnen het spectrum van de blues. Ook is dit het eerste album van Joe Bonamassa waar uitsluitend eigen composities op staan. Dit is op zich best een risico, aangezien Joe Bonamassa een meester is in het eigen maken van andermans werk. Het pakt allemaal uitstekend uit, want de gebruikelijke covers mis ik eigenlijk nergens.

Zoals gezegd vind ik de diversiteit, weliswaar binnen het blues genre, het sterke punt van dit album. Stevige gitaar liedjes worden afgewisseld met meer funky klinkende nummers, waarbij met name de blazers erg lekker klinken. De midtempo nummers klinken het meest meeslepend. Joe Bonamassa richt zich dan met name op prachtige intense gitaarsolo's. Een mooi voorbeeld daarvan is het titelnummer dat klinkt als een rockballad, maar onderhuids een echte bluesgevoel heeft. Ik vind de laatste vier nummers allemaal raak, en laten goed de diversiteit horen van ”Different Shades of Blue”. Het afsluitende ”So, What Would I Do” is een hemels mooie piano slowblues dat onmiddellijk voor kippenvel zorgt.

Verrassend is Joe Bonamassa al lang niet meer. Je kunt je zelfs afvragen of hij ooit verrassend is geweest. De blues is wat dat betreft een ondankbaar genre. Maar wat Joe Bonamassa keer op keer doet, getuigt niet alleen van een diepgewortelde passie van de blues, maar ook nog eens van een ongekend niveau van vakmanschap. Voor mij persoonlijk is ”Different Shades of Blue” daarvan nogmaals de bevestiging.